vrijdag 29 april 2011

Deken op de rug



Je kan er de klok op gelijk zetten; iedere dinsdag en donderdag loopt hij voorbij. Het is een man met een air; met een houding van … ja van wat eigenlijk? In de herfst komt hij voor 't eerst door het kleine dorp. Hij is altijd goed en sportief gekleed. En valt ook op door het stappentik stappentik van voeten en stok.

In de derde week tilt Els weifelend haar hand op. Ze vangt een kleine knik op door het keukenraam. Zo denkt ze. De keer erna weer die knik. Nu weet ze het zeker. Het brengt een vleug extra leven in haar bestaan. Ze wacht al op de volgende keer.

Waarom moet die snoeshaan juist hier langs lopen? Het is een terloopse vraag van Anneke, de buurvrouw. Ze voelde zich verlegen worden. Haar heer, een snoeshaan?! Ja waarom loopt hij hier en waarom met een stok, antwoord ze snel. Och hij zal wel bang zijn voor de honden, weet de buurvrouw. Daar hebben er wel meer uit de stad last van.

De landweg is wit van de sneeuw. Opeens gaat hij voorbij en kijkt naar binnen. Ze voelt haar eigen glimlach door haar hele lijf gaan. Hij moet hem gezien hebben, maar met een knik loopt hij door. Kapucijners met spek maakt ze voor vader, moeder en de knecht. In bed droomt ze weg naar de stad met zijn geluiden, steen en drukte. Ze ziet de man met zijn stok een huis binnen gaan.

De stampers moeten uit de tulpen in de tuin gehaald worden. Het volgende jaar komen er dan meer bloemen. Met een oog op de weg knijpt ze met duim en wijsvinger de driekantige groene doosjes van hun stelen. Een bloemblad dat er hier en daar nog aan zit, valt op de grond. Stappentik stappentik. Het geluid daalt neer op haar buik. Ze zwaait zachtjes, kijkt en bloost. Even kijkt hij over zijn schouder.

Blaadjes van de bloesem en zaadjes van de iep, ze veegt ze van het pad. “Goedemiddag, mijnheer.” Het is er uit voordat ze het weet. Hij draait zich om en kijkt. Ik wil jou komt uit zijn ogen. Ze legt een deken op zijn rug en vederlicht neemt hij haar mee naar nieuwe werelden. Els duwt hem voort naar andere oorden.

Martin Broek


Als antwoord op een oproep iets te maken bij bovenstaande tekening: Zonder titel, voorlopig, illustratie B. Jansma uit 'Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen'

zaterdag 23 april 2011

ik zie wat er niet is

Het komt wel eens voor dat ik zie wat er niet is. Vandaag tijdens een fietstocht van Ede naar Amsterdam waren dat de windmolens. Opeens viel het me op: ik zag er geen. Wel zag ik het zand stuiven alsof het hoogzomer was en de dag heet. Op de heide zag ik reeën vlak naast het pad staan, als tam. De wilde dieren komen steeds dichter bij ons te wonen. Of wij bij de wilde dieren.

Dieren ik ben er vaak bang van. In een wei naast het Naardermeer stonden vier paarden. Drie volwassenen en een veulen. Foto's van paarden die had ik nog nooit gemaakt. Na een tijdje poseren begon het veulen aan mijn fiets te likken. Zijn hoofd zakte daardoor tussen het hek en de paal waaraan dit vastzat. Als ik mijn fiets omdraai, om te vertrekken, wil het veulen zijn hoofd terugtrekken. Dat lukt niet.

Zijn moeder (Of was het zijn vader? Ik heb er niet opgelet.) legde haar paarden lippen op zijn rug. Een ander paard begon te steigeren. Een paar minuten later was er nog niets gebeurd. Wat nu? Mijn fiets in het gras leggen. De stoute schoenen aantrekken. Het veulen een paar lieve aaien over zijn bange bol geven. Handen onder de kop leggen. Niet bang zijn voor een trap. Tegenstand overwinnen. De kop (Waarom zou een paard een hoofd hebben?) optillen en het veulen weer vrij. Zo ging het.

Verder ging ook ik weer. Ik maak een foto van een bootje. De twee flinke konijnen die er omheen speelden staan er niet op. Twee fietsers halen me in. “Oh wat een zielig bootje,” hoor ik ze zeggen. Even later, heuvel op naar de spoorbrug bij Weesp over het Amsterdam-Rijnkanaal, haal ik hen in. Dan herinner ik me dat er aan de overkant van het kanaal een flinke omleiding (ja hier ook al) is, omdat een stuk van het Diemerbos op de schop genomen wordt. Terug. De twee vrouwen doen hetzelfde, maar eerder. Ik haal ze weer in. Een stuk verderop maak ik een foto van een waterlelieblad en onderwaterwereld. Weer word ik door de twee ingehaald. Weer haal ik hen in. “Sorry, dit is al de vierde keer,” zeg ik. “De vijfde keer trakteren,” roepen ze me na. Ik beloof het. De goede teller komt al tot vijf.

Bij de volgende foto ben ik ze voorgebleven. Of ze hebben even gewacht. Waarom maakt die man een foto van een elektriciteitsmast? kunnen ze gedacht hebben. Wie doet zo iets? De man die graag afspraakjes versiert. Of de schrijver die meent te moeten schrijven over wat hij niet ziet en daar toch een plaatje bij wil hebben. Geen rekenkundig wonder, maar wel op tijd thuis om nog voor winkelsluitingstijd paaschocolade te kopen. Om dat te halen moest ik voort maken.

Vermoedelijk zag ik ze niet, omdat ik vorige week Martin Bril – de man zonder mening – in een filmpje hoorde afgeven op windmolens. Bijna thuis zag ik over het IJ heen in de verte de eerste windmolen. De eerste, na honderd kilometer fietsen. Vreemd dat de overleden Bril meer aanwezig is dan de windmolens in het landschap

woensdag 20 april 2011

Noorder Zee- en IJdijk

Foto's gemaakt op 19 april 2011.
Vanuit Amsterdam, of zuidelijker, liggen het IJ en Noordzee Kanaal in de weg om Noord-Holland in te trekken. De provincie is voor fietsers maar op één plaats vast met de overzijde verbonden. Dat is bij de Schellingwouderbrug in het Oosten van Amsterdam. Vanaf daar tot aan de Noordzee varen tal van ponten de hele dag op en neer. De pont bij Buitenhuizen is er daar een van.

Als je vanaf die pont een eindje naar het Westen fietst kom je bij de Zeedijk. Die dijk loopt, na een bocht, in de richting van het Noorden. Een zeedijk in het land. Dat betekent dat er ooit zee moet zijn geweest. De kaart laat zien dat de dijk onderdeel is van de Noorder Zee- en IJdijk. Het deel bij Assendelft schermde het land af van het IJ, Wijkermeer en Kil*.

Al in de 13e eeuw was sprake van een dijk. Aan het eind van de 16e was de dijk niet veel meer dan een aarden wal met een voetpad erover. Er was dan ook veelvuldig sprake van dijkdoorbraken die nog goed zichtbaar zijn door de bochten erin. Op 25 december 1717 stroomde tijdens de Kerstvloed zoutwater ver Noord-Holland binnen. 14.000 Doden vielen er en het land bleef lang onbruikbaar. Kort daarop werd besloten tot dijkverzwaring en een reorganisatie van beheer en onderhoud. zie

Aan de zeezijde werd de dijk waar nodig verzwaard met zwerfkeien. Er waren ook plaatsen waar klei was aangeslipt en de dijk die versteviging vanwege dit voorland niet nodig had. Door het droogleggen van de Kil en het aanleggen van de IJ-polders kwam de dijk droog te liggen. De zwerfkeien zijn toen weggehaald. Nu zie je vanaf de dijk over het land heen grote zeeschepen de haven van Amsterdam bezoeken.

Het is een mooie weg om richting Heemskerk te fietsen. Via de Zeedijk en aansluitende Genieweg ben je er bijna. De tocht passeert twee kruitkamers, een nevenbatterij en een fort. Voor de liefhebbers van de Hollandse Waterlinie is er langs deze dijk dan ook veel te beleven. Van het einde van de Geniedijk is het nog een klein stukje naar het Noord-Hollands Duinreservaat.

* De Kil is een restant van wat eens een brede veenstroom, de 'Cromme IJe', was een verbinding tussen het IJ-Wijkermeer enerzijds en het Uitgeestermeer-Alkmaardermeer anderzijds.

Belangrijkste bron:
P R O V I N C I E N O O R D - H O L L A N D; Beschrijving van de Noorder IJ- en Zeedijken deel 1 en 2 Haarlem, september 2004

zondag 17 april 2011

Asfalt gaat overal overheen; automobilist bedankt!


Mijn favoriete fietsroute naar het westen is onder het zand van een nieuwe snelweg verdwenen. Naar en uit de Kennemerduinen (via Velzerbroek, Spaarndam, Halfweg) was het rustig om hierlangs de stad weer in en uit te rijden. Een verbindingszone voor fietser, plant en dier, wat wil je nog meer. Die Brettenroute is vorig jaar september 'geopend'.

Uit het persbericht: "De wens is dat het Brettenpad een (bijna) autoloze verbinding wordt voor fietsers, wandelaars en skaters tussen de binnenstad van Amsterdam en de Noord-Hollandse kust. En fungeert als groene oase in een stadsmetropool. De stippen verbinden alle elementen in het gebied en maken de route zichtbaar.

Nu al heeft dit 'natuurpad' het af moeten leggen tegen de roep om meer en snellere wegen. De afsluiting gaat nog een jaar duren. Op de site van de fietsersbond wordt verontwaardigd gereageerd:

Het is schandalig op dit punt de route af te sluiten. Alternatieven zijn er niet. Ik maak dagelijks gebruik van deze route, voor woon werk verkeer. Bovendien is de afsluiting nauwelijks aangegeven. Op het punt waar het hek staat dient men al een behoorlijk stuk terug te fietsen.
Dat in een tijd dat we fietsen moeten stimuleren (beweging en energieverbruik)!
Het is ook niet duidelijk hoe lang dit gaat duren.
Onbegrijpelijk!!!"


De kuifeendjes hierboven hebben al eieren voor hun geld gekozen. Ze zwemmen in een slootje tussen Haarlemmerweg en woningen pal naast de omleiding, waar ik langs moest. Om toch vrolijk af te sluiten een stukje muziek:

woensdag 13 april 2011

Geur van fosielen, dieren en metalen

Foto's gemaakt op 13 april 2011.
Als ik langs station Sloterdijk fiets, ruik ik het al; de geur van steenkool. Scherp en kruidig prikkelt het in de neus. Alsof de geur de geschiedenis van de zwarte kolen vertelt. Door de haven fiets ik naar het Noordwesten, wind tegen. De Hemwegcentrale is dominant aanwezig. Ook door de grote hoeveelheden steenkool die worden aangevoerd, verplaatst en verstookt. Ons niet duurzame consumptie patroon wordt er heel duidelijk door verbeeld.

Aan de overkant van de steenkool werkplaats zie ik dat een heel perceel met bomen is gekapt. De stammen liggen netjes gestapeld, zoals je in een echt bos ook wel eens ziet. Twee groepjes bomen zijn blijven staan. Als op een slecht geschoren kin. In de middelste boom van elk groepje zit een vogelnest. Het is alsof in een vinexwijk vrijwel alle woningen rondom gesloopt worden en dat alleen een paar huizen blijven staan. Die vogel ziet het vast anders. Of denkt er niet over na. Als de jongen uitgevlogen zijn, zullen de bomen wel verdwijnen. De vogels moeten dan op zoek naar een ander bos. Dit bos houdt op steenkool te worden.

Elders in de haven wordt flink gebouwd aan tanks voor de opslag van transportbrandstoffen zoals benzine, diesel, gasolie en hun componenten en biobrandstoffen. De tanks moeten nog wit geschilderd worden, maar doen me nu al denken aan moskeeën. De windmolen ernaast roept helaas geen associaties met een minaret op. Dan zou het beeld compleet zijn.

Even later loop ik de pont bij Buitenhuizen op. Uit de machinekamer komt de geur van smeerolie. Herinneringen komen boven van tochten door de Seaway, Gateway, Tideway en Prins der Nederlanden. Dat zijn schepen van Bos en Kalis (nu Boskalis Westminster) waar mijn vader toen ik klein was weekendwacht liep. De geur vind ik misschien daarom lekker, altijd weer. Over het kanaal vaart de Gan-Dignity onder Liberiaanse vlag. Het schip vervoert olieproducten. Brandgevaar staat met grote letters op het dekhuis.

Aan de andere kant van het kanaal rijd ik Assendelft binnen. De wereld is hier anders; de geur van koeienstront en paarden. Boerderijen langs de weg. Dat er over de uitgestrekte velden ook zicht is op de haven en hoogovens doet er weinig aan af. Het voelt als platteland, ook al zitten in veel boerderijen bouwondernemingen. Voordat ik via de velden Heemskerk binnen trap, kom ik langs een gaswinningsstation. Het was me al eens opgevallen op Googlemaps.


Grotere kaart weergeven

Bij de Boet van onze Kees ga ik even naar binnen en kijk naar de vogels op het Hoefijzermeertje, waaronder vooral veel aalscholvers met nesten. Binnen heb ik een kort gesprekje met een vrouw die zich kan verbazen over mensen die zeggen: er is niets te zien. Er is immers altijd wel wat te zien. Alleen het water is al bijzonder. Het wordt aangevoerd uit de Lek en het IJsselmeer en dient als drinkwater voor Noord-Holland.

Nog even naar de zee. Iets verder moet ik er voor, maar de kortste weg is thuisblijven. Dit kan er wel bij, zeker voor de zee. Als ik aan het strand sta ruik ik haar niet. Verkouden en snot in de neus door de wind, vandaar. Als voormalig zeeman weet ik dat de Noordzee een stuk minder fris ruikt dan de Atlantische Oceaan. Toch vinden wij Nederlanders de Noordzeewind nog steeds lekker.

De hoogovens van Velzen zijn het grootste deel van de middag te zien. In Velzen ruik ik verbrand ijzer. Het moet door het lassen of werken met de slijptol zijn dat ik deze geur herken. Met de pont ga ik terug naar de zuidzijde van het kanaal. Daar zie ik het volgende schip met thuishaven Monrovia in Amsterdam arriveren. Dit maal een vrachtschip.

zaterdag 2 april 2011

Als beelden*

Als beelden

In het gelid staan rijen beeldjes.
De moeders met het kind op schoot.
De vaders wat afstandelijk beschouwend.

Gegoten uit natuursteen
waarvan ik de naam niet ken.

Beelden van veel gezien leven.
Ze springen niet uit de band.
Staan op de tuinafdeling.
Allen identiek: Made in China.

Op een terras worden ze gezet,
in een vensterbank,
voor de trap,
naast het bankstel.
Uit de massa gehaald en meestal alleen.

Toch zijn ze niet uniek.
Onzichtbaar is dat geworden.
“Oh wat aardig,” hoor je iemand zeggen.
“Ja mooi een moeder met kind,” beaamt een ander.
Ze geven iets eigens aan hun omgeving.
Zoals wij.

De pret wordt half bedorven als iemand vraagt:
“Van de Hema, Praxis of de Gamma?”

Zandkastelen

Dit gedicht blijft werk in uitvoering. Veel positieve reacties heb ik er niet op gekregen. Eerder het tegenovergestelde. Zelf vind ik het mooi. Maar er kan vast nog wel gesleuteld worden aan helderheid en vorm. Dat zal ik doen. Voorlopig plak er een een plaatje bij van de beeldjes die me dit lieten schrijven. Als het af is haal ik hem weer weg, want het gaat niet om deze beelden, ze waren een deel van een idee. Andere beelden, bijvoorbeeld van voorspelbaar brons, hadden me hetzelfde kunnen laten schrijven.