dinsdag 25 december 2012

Vanille (of andere) pudding



Benodigdheden: 0,5 liter melk

100 gram suiker (iets minder mag ook)

2 dooiers

12 gram gelatine

1 zakje/stokje vanille*

1 kopje slagroom


evt. 50 gram garnituur (rozijnen, bicareaux, cake, appel, stukjes chocolade etc.)

1 weeg alles secuur af
2 leg de vorm in koud water
3 klop de eidooiers met 25 gr. van de suiker licht en luchtig
4 breng in een pannetje de melk, (geweekte) gelatine, vanille en 75gr. van de suiker tegen de kook
5 giet de hete melk onder voortdurend kloppen op het dooier/suiker mengsel
6 zet de massa in een schaal met koud water (voeg ijsblokjes toe als je die hebt)
7 klop de slagroom net niet stijf
8 zet de eventuele garnituur klaar




9 als de massa gaat geleren voorzichtig omspatelen zodat dit gelijkelijk gebeurt
10 is de massa zo dik als vla spatel dan voorzichtig de slagroom en garnituur erdoor
11 stort deze massa in de vorm en laat in de koelkast 3 á 4 uur opstijven
12 stort - na voorzichtig losmaken - op een schaal en versier al dan niet naar smaak

* de vanille als smaakstof is te vervangen door cacao (20 gr. Door de 25 gr. Suiker kloppen voordat de dooiers erbij gaan) of gepureerd fruit (banaan, aardbeien, geen kiwi). De variaties zijn in combinatie met de garnituur eindeloos als je je fantasie gebruikt.



zondag 23 december 2012

leven

Op het podium zit acteur Gijs Scholten van Aschat van Toneelgroep Amsterdam al voor de voorstelling te wachten. Het optreden gaat vanavond niet door. In de zaal wordt gepraat en ge-sms't. Nog voor het spel goed en wel is begonnen wordt al duidelijk dat toneel speelt met de werkelijkheid. Zeker is dat Gijs toneelregisseur Hendrik Vogler speelt die bezig is met de repetities voor zijn stuk Droomspel.


In de lucht zweven de stofdeeltjes van al weer verdwenen of gestorven toneelhelden. Ook dat is niet echt. De Rabozaal van de stadsschouwburg, de zwarte doos, ademt nog nieuwigheid. Toch denk ik daar tijdens de voorstelling niet aan en realiseer me pas achteraf dat het om een ruimte met nog maar weinig traditie gaat.

erkenning

Anna komt binnen, ze speelt de hoofdrol in Droomspel. Anna is de dochter van de aan lager wal geraakte diva Rachel. Ze zoekt in de repetitieruimte niet alleen een die dag verloren broche (die ze niet om had), maar eigenlijk ook de bevestiging bij haar regisseur en voormalige minnaar van haar moeder. Ze wil erkenning in woorden, maar ook in daden. Hendrik geeft die, breekt hem weer af en bouwt hem weer op. Voor een goed stuk zet hij immers alles in wat hij heeft. Hij ziet in de dochter haar jonge en gevierde moeder. Hij zegt dat een paar maal tegen haar. Daarop loopt een vrijpartij kapot. Rachel zelf komt binnen. Ze is haar 'schoenen' vergeten. Ze is dronken en zoekt seks. Bestaat ze wel of is ze een deeltje dat zweeft in de lucht? Gaat ze dood of was ze al dood? Aan de kijker de conclusie.

passie of evenwicht

Is het stuk vol emotie en agressie gericht tegen diezelfde passie, tegen de vervoering, tegen het ondergaan in alles wat de grenzen raakt? Dat kan je concluderen uit het beeld waarin Hendrik, Anna en haar vriend harmonisch samen optrekken; evenwichtig doorleven, wat praten over cultuur en politiek en een partijtje schaak op zijn tijd. Of gaat het over manipuleren om je doel te bereiken? Dat doen alle drie de spelers hier met verve, woorden en dijen. Zo houden ze zich staande en krijgen of herwinnen posities. Is dat onschuldig? Of gaat dat gepaard met slachtoffers? Ingewikkelde relaties, jaloezie en schimmen maken dat alle aandacht nodig is om het spel te volgen.

leven

Als een ingedikt leven storten de woorden, visies en emoties zich over je heen. In de pauze hoor ik mensen zeggen dat het niet geloofwaardig was. Dat kan ook bijna niet. Het leven – hoe intens ook – is dunner dan dat in een toneelstuk van Ingmar Bergman waar de grenzen worden gezocht. Zelf verdronk ik in de mooie ogen en de brede lach op het gezicht van Karina Smulders die Anna speelde. Voor mij was Na de repetitie overtuigend genoeg.

Persona

De man met wie ik ging, zei dat het heftigste nog moest komen. Na de pauze wordt dan nog Persona opgevoerd.

Het begint in dezelfde afgeperkte ruimte waarin ook Na de repetitie speelde. De repetitieruimte is ziekenhuiskamer geworden. Een naakte vrouw ligt op bed. Tijdens het spelen van Elektra stopte ze even met praten. Het is Elisabeth Vogler. Elisabeth is een gevierd toneelspeelster. De dag na de hapering valt ze ook thuis volledig stil. Zowel geestelijk als lichamelijk is er niets mis. Verpleegster Alma moet voor haar zorgen zoadat ze weer bij zinnen komt. Dat doet ze eerst in het ziekenhuis en later op een afgelegen eiland. Dat eiland wordt op het toneel gemaakt door de wanden van de ziekenhuiskamer weg te laten vallen. De kleine speelvloer die dan overblijft wordt omringd door een vijver vol water. Een storm waait een regenbui met kracht over het podium waar beide speelsters als verliefd doorheen rennen.

niets 

Persona is een stuk voor twee vrouwen. De andere twee rollen zijn bijrollen. De echtgenoot van Elisabeth is nauwelijks van belang. Alhoewel. Als hij verschijnt dan pas blijkt hoe de twee vrouwen inelkaar zijn opgegaan. De dokter is een intrigante, maar komt in het stuk nauwelijks voor. Ze legt met die valse houding wel de kiem voor het slot. Over blijven Alma en Elisabeth. De eerste praat en de ander zegt letterlijk één keer 'Niets'. Het stuk is onder meer een kritiek op de domheid van de mens in 't algemeen en de theaterbezoeker in het bijzonder. Dat wordt verwoord door de toch al niet plezierige dokter in een pleidooi voor infantiliteit om de theaterbezoeker te bekoren.

Moet de expliciete beschrijving van een seksspel tussen twee jonge vrouwen en jongens (de jongste is dertien) op het strand daarom opgevat worden als porno die nog wel mensen trekt? Of is seks nu eenmaal deel van het leven en wordt de scene daarom zo beeldend in woorden neergezet? De woorden waarmee 'de orgie' wordt verteld zijn melancholiek, teder en liefdevol.

neeslepend

Naast neerbuigendheid over de intelligentie en mogelijkheden van de mens worden in het toneelstuk ook andere grote levensvragen gesteld. Is het leven bedoeld voor grote meeslepende doelen? Bijvoorbeeld je leven in dienst van de verpleging stellen; zorgen voor andere mensen. Heeft het zonder zo'n doel wel zin? Of is het om te roken en te drinken en verantwoordelijkheden van je af te schudden? Elisabeth die de drank en sigaretten aanvoert kan al tijden niet meer functioneren. Je kan hier een antwoord in zien.

ruimte

Opvallend is dat de pratende onzeker is en de zwijgende kracht uitstraalt. Pas als Alma leest hoe neerbuigend Elisabeth over haar oordeelt in een brief aan de dokter gaan de verhoudingen verschuiven. Ze laat haar aandoenlijke houding varen. Ze wil niet gebruikt worden. Ze vindt dat wat ze in vertrouwen op het eiland heeft verteld niet doorgebriefd moet worden aan de buitenweereld, in casu de arts. Ze is niet langer slechts begripvol en met zichzelf bezig. Ze spreekt haar visie en oordeel uit en neemt haar ruimte. Pas dan gaat het leven voor beide weer verder.

Marieke Heebrink:
Rachel in Na de Repetitie en Elisabeth
Vogler in Persona

Karina Smulders:
Anna in Na de Repetitie
en Alma in Persona

Gijs van Scholten Aschat:
Hendrik Vogler in Na de Repetitie en echtgenoot van Elisabeth in Persona

Frida Pittoors:
Dokter in Persona

Bespreking Theaterkrant: Boeiend tweeluik over de rol van de kunst, door Tuur Devens gezien 6 december 2012

De stukken worden nog gespeeld in: Amsterdam, Antwerpen, Arnhem, Breda, Brussel, Creteil, Luxemburg, München.


vrijdag 21 december 2012

Mist









Beperkt


In de verte verdwijnt een schip in de mist. Ik rust wat op de pont en zie dat het einde onzichtbaar is. Ver weg is buiten zicht. Alleen wat dichtbij is doet nog mee. Rustig en plezierig, mooi voor even, maar voor langer te beperkt.






vrijdag 14 december 2012

Terugblik

Het volgende hekgesprek plaatste ik op zondag 14 december 2008 op het Volkskrantblog. Het was onderdeel van een serie die ik schreef over hekken. Ik moest er een paar dagen geleden aan denken toen ik me afvroeg: wie ben je eigenlijk; en waarom weet je dat niet? In dat hekgesprek doe ik mijn best mijzelf  te vinden. Misschien moet ik dat nog eens doen. En vooral moet ik uitzoeken waarom mijn identiteit verdwenen lijkt en ik verloren en zonder vertrouwen door het leven ga. Deze week had ik een gesprek waarin persoonlijke geschiedenissen werden verteld. Gewoon in 't wild en niet als onderdeel van een therapie ofzo. Altijd boeiend om te horen. Mijn geschiedenis strandde ergens in de afgelopen jaren merkte ik. Ik zal een hekje uitzoeken om de boel weer leven in te blazen.

Hekgesprek
“Wie bent u?”
“Dat gaat u niets aan.”

“Nou, nou, niet zo onaardig.”
“Vraag dan niet naar de bekende weg, mijn naam staat op het bordje.”

"Bent u alleen uw naam?”
“Ach man wat je wilt u eigenlijk verkopen, is het niet tijdens het eten door de telefoon, dan is het wel iemand aan het hek.”

“Het is gewoon een vraag?”
“Ik heb geen zin om op elke vraag te antwoorden.”

“Maar zo moeilijk is het toch niet; wie bent u?”
“Normaal zou ik zeggen, ik gooi de hoorn op de haak, maar u staat hier voor de deur en niet met zo’n koptelefoonmicrofoonset ergens verwarmd in een zaal met nog veertig anderen, en, nou ja, goed, eh ……”

“Ja wat wilde u zeggen?”
“Ik ben Martin Broek, zeg maar Martin, 46 jaar, en als jongen opgeleid tot boer, kok en kelner.”

“Was dat het?”
“OK ik ben  de zoon van Jan Broek, en die was weer de zoon van Mari Broek, daarom  werd ik Marinus Jan gedoopt. Beetje wrang, want de man die mijn opa geworden zou zijn, werd door een Duitse marineboot van het leven beroofd.

“Dat is allemaal wel lang geleden, Martin, dat is geschiedenis.”
“Wat komt u in godsnaam verkopen?”

“Ik ben gewoon geïnteresseerd, ik wil weten wie u bent.”
“Maar waarom ik, ik ben hier gewoon op bezoek.”

“U woont hier niet? Ik dacht al er staat een andere naam op het bordje.”
“Nee ik woon hier niet. Valt het tegen? Ik woon hier even in de caravan in de tuin. Normaal woon ik gewoon in de 19e eeuwse gordel van Amsterdam. 10 kilometer van  hier in een buurt die gerenoveerd wordt. Op de trap met acht huizen wonen mensen uit zes verschillende landen. De een zie je meer dan de  ander, maar we hebben geen problemen met elkaar. Ik wilde niet anders. Ik heb de balen van al die lui die over integratie praten en vertrekken naar een Vinex-locatie ergens aan de rand van de Randstad of in het centrum van de stad. Bovendien hebben ze dan nog een huisje in Frankrijk of elders in Nederland om uit te wijken als het ze teveel wordt. ”

“Principieel mannetje, een drammer?”
“Ach hou op man. Nee meestal hoor ik juist dat dat niet zo is. Ik kan juist ruimte  geven. En wat heeft het voor zin om te drammen. Ik zou niet weten welke  basis daarvoor is. Je hebt twee linkse partijen, maar de ene heeft zich  bekeerd tot het liberalisme en het milieu, en schud de oude veren van  zich af. Offerde daar zelfs een Kamerlid aan op. De andere partij trok bij de laatste verkiezingen een op de zes stemmers, opmerkelijk veel. Maar zou van mij wel iets meer naar links mogen trekken.”

“GroenLinks en de SP?”
“Ja, maar nog even over dat drammen. Als het dan toch moet. Ik zou over drie dingen willen drammen als het zin had, dan: 1 is de auto. Nog steeds een van de belachelijkste vindingen van de twintigste eeuw, iedereen een auto. Er vallen per jaar alleen al in Nederland – een van de veiligste landen ter wereld – 700 verkeersslachtoffers. Ik geloof dat er in de vorige eeuw wereldwijd 30 miljoen verkeersdoden zijn gevallen. Vraag me niet hoe ik het weet. Dat heb ik eens gelezen. Het blik vult de straten. Fijnstof, alle mensen gaan er in Nederland ruim een jaar eerder aan dood, daar waar ik woon nog sneller. Ieder jaar gaan dus 140 duizend mensen een jaar eerder dood. Ik hoop dat mijn gecijfer klopt, of ik hoop het eigenlijk juist niet. Ik heb soms het idee dat mensen denken dat ze met een auto onder hun kont geboren zijn. (Opmerking: Dit cijfer is vervangen door het gegeven dat ieder jaar 2.000 mensen eerder overlijden door fijnstof.)

2 is het integratievraagstuk”

“Moet dat nou?”
OK slaan we dat over, maar lees wel even de berichtgeving over de promotie van Jan Dirk de Jong, a.s. dinsdag in Groningen. Ik kan er wel wat mee, met wat die snuiter zegt.”

3 dan. Meer inspraak van de bevolking in processen die hen aangaan. Beter luisteren, meer met de mensen doen, grotere participatie, maar ook meer invloed. Volgens mij zou dat ons  allemaal ten goede kunnen komen. O ja, ik heb ook een broertje dood aan dat gekanker op de politiek. Teveel  ambtenaren, maar te weinig controle op God mag weten wat al niet. Te weinig volksvertegenwoordigers in de Kamer en te weinig parlementsleden op straat. Teveel aandacht voor details en te weinig aandacht voor hondenpoep en hoofddoekjes. Te narcistisch of te geil op de pers, maar ook te onzichtbaar. ‘Hou je niet in’, zou ik zeggen, maar lach af en toe ook om de onmogelijke verwachtingen die je hebt.”

“Ja lach jij eigenlijk wel eens, Martin?
“O ja vergeten, 4 nog. Dat fucking leger moet terug uit Afghanistan. Er kan gelijk flink het mes in. ‘Veiligheid daar is goed voor onze veiligheid hier.’ Hale je de koekoek, veiligheid hier is gediend met investeringen in de veiligheid hier: wijkagenten, buurthuizen, activiteiten, werkgelegenheidprojecten, goede scholen, voldoende en goed taalonderwijs, buurtwinkeltjes, buurtinloopcentra,  buurtinloopcentra, sociale raadslieden etc. Er kunnen wel een miljard of wat van de acht die het leger ieder jaar krijgt af.  Ach ik houd op, het wordt drammen. En dan wel 15 miljard uittrekken voor de aanschaf  en het gebruik van een bommenwerper. Leve de Regering Hoezee!!!! Hoezee!!!! En dan ben ik godbetert nog vergeten de ongelijk verdeelde rijkdom en macht aan te roeren. Dat is 5.

“Lach jij wel eens?
“Huh?”

“Of je wel eens schatert.”
“O ik schreef vorige week in een sinterklaas gedicht:
Het is een ode aan je bestaan
Het is niet de traan
Maar het is de lach
Die er in voorzag
Dat het leven te leven is
Er is teveel op deze kloot mis
Om niet te schateren als het kan”


"Mooi, maar lach je zelf wel eens?”
“Kom binnen voor een kop koffie man. Ik laat je niet langer aan het hek staan.”

Binnen ging het gesprek verder - eigenlijk begon het pas -, tot vroeg in de morgen van de volgende dag. Er werd geschaterd. Over mijn twee en zijn kinderen is gesproken. Over liefde en over verdriet. Over ruzie en plezier. Ziekte en sport. Over samenleven en stress door de drukte van het bestaan. Over ijsvogeltjes en LP’s. Goed dat ik het hek heb opengedaan.

donderdag 13 december 2012

Glad







Genoeg

Twee keer word ik vandaag gewaarschuwd voor het gladde pad. Ik bedank. Zeg dat ik goed op zal letten en rijd verder. Alles glijdt van me af. Zelfs de omgeving zie ik nog nauwelijks. Bij een plas, de zee of een vergezicht veer ik op. Ik zie de hobbelbobbelvelden met heideplantjes. Het is genoeg.




maandag 3 december 2012

Vallende boeken


Het boek De blinde vlek op de kaart van Ilse Starkenburg viel voor me op tafel. Vermoeid van alle activiteiten, plannen en ideeën ging ik even uitblazen bij de plaatselijke buurtkamer. Daar stapte de schrijfster binnen voor een project rond oude buurtfoto's en poëzie .

Na de eerste bladzijde die ik las (zie hieronder)  wilde ik er meer van lezen. Dat kon. Het boek was te koop voor 2 euro. Na vier dagen heb ik de verhalenbundel uit.

Het is een boek vol vaders, partners (man en vrouw) zonder een greintje empathie; herinneringen aan het platteland in de stad; het zoeken door een +/- 24-jarige naar hoe je leeft, wat de regels zijn; en niet helemaal gelukte vluchten uit het alledaagse. Echt vrolijk wordt het alleen tijdens het schommelen; ook dan niet onbekommerd.

Zelf schreef ik op die leeftijd briefjes met wat ik ontdekte over omgangsvormen, ziens- en handelwijzen en schreef daarnaast dagboeken om mijn observaties, tegenvallers, beslommeringen, avonturen, gedachten en emoties vast te leggen en opnieuw te bekijken. Dit boek doet dat ook; stukje-bij-beetje observeren en vastleggen hoe je als nieuwkomer je weg zoekt. Alsof ik zelf even terug stap.

Het boek stamt al weer uit 1998, maar toch leuk om te lezen. Grappig hoe een boek je kan bevallen.


___________________________________________

Kleine wereld, grote wereld







Dit is mijn eerste herfst in een nieuwe stad. Ik ben eerste-
jaarsstudent filosofie.
De kamer die ik heb gehuurd is vroeger een winkel
geweest. Het is een langwerpige ruimte met een etalage-
raam dat één hele wand in beslag neemt. Van mijn ach-
ternicht kreeg ik twee stoelen, een bureau, een bed en
gordijnen. De gordijnen zijn net niet breed genoeg voor
het etalageraam, daarom hangt in het midden een laken.
Het laken is vergeeld door de zon. Het ziet er vies uit.
Het is ochtend. Ik zit in mijn schommelstoel thee
te drinken.
Er kan niet plotseling iemand binnenkomen die me
verbiedt te schommelen. Niemand maakt er een opmer-
king over dat ik mijn thee te langzaam opdrink. Ik be-
paal zelf wanneer ik mijn bed opmaak. Het boek dat ik
aan het lezen ben, hoef ik niet telkens wanneer ik het
dichtsla, terug te zetten op zijn vaste plaats tussen de
andere boeken. Het mag best een tijdje op de grond
naast de boekenkast liggen.
Een onopgemaakt bed en een rondzwervend boek
bewijzen dat ik leef in deze ruimte.
Hier ben ik veilig.

                                      44

_____________________________________________

(Ilse Starkenburg, De blinde vlek op de kaart (verhalen),
Arbeiderspers 1998.)

vrijdag 30 november 2012

Ijswater







Smienten

Het zou een koude dag worden. Voordat ik wegging schreef ik een column en een briefje voor de postbezorger dat hij mijn pakjes bij een ander moest bezorgen. In mijn hoofd een vaag idee om via de Zaan naar de duinen te rijden en dan met een bocht terug. Het liep wat anders en de tocht werd korter.

Zwarte luchten kwamen steeds dichterbij en gaven het landschap nog meer kleur; zeker als de zon de kans had er doorheen te schijnen. In een sloot bij Oostknollendam hoorde ik het gepiep van smienten. Het waren er enorm veel. Waarom heb ik die als jongen niet gezien? Zouden ze zeldzaam zijn? Is het een eendensoort? Een modern mens zou dat nakijken op een smartding-met-schermpje. Ik doe dat pas thuis.

De smient is een middelgrote eend en komt in grote getalen in Nederland voor. Volgens wiki grazen ze met duizenden tegelijk op het grasland: de smient is in het najaar op de wilde eend na de talrijkste eend in Nederland. Als jongen heb ik blijkbaar niet goed opgelet.

Een kaartje van het Sovon Vogelonderzoek Nederland laat zien dat ik vanmiddag door een stukje favoriet smientenland reed en dat daar waar ik opgroeide de vogel nauwelijks voorkomt. Bovendien is de plezierjacht sinds 1999 verboden en dat is mogelijk een reden dat er nu veel meer zijn dan destijds. 

In de zomer legt de vrouwtjes smient 7 tot 8 eieren. Ze broeden in arctische gebieden en de zogenaamde boreale zone van IJsland, via Schotland, naar Noorwegen, Finland en Rusland. In de winter zakken ze af naar het zuiden en dan kan je ze tot maart in o.a. Nederland vinden. Ruim veertig procent van de Noordwest-Europese smienten overwintert hier. Maar je vindt ze ook in andere landen van West-Europa en in Scandinavië, Portugal en Spanje.

Het is een prachtvogel met die blauwe snavel, de fraaie tekening en dat mooie geluid dat ze maken. Bij de mannetjes is dat een hoog "piiew piiew" en bij de vrouwtjes "rarr". Zowel de vogelbescherming als wiki noemen in dit verband de bijnaam fluiteend.

Kort daarop ging het ijswater regenen. Ik besloot terug te rijden. Als ik thuis kom, heeft de kleermaker een boek voor me ontvangen. Verrassing. Mooi. De bovenburen hebben de andere pakjes aangepakt. Ik kan weer aan de slag.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.




zaterdag 17 november 2012

Bruggen bouwen







Doel

Het is grijs buiten; een sombere waterkoude herfstdag met niet teveel wind. Een doel voor het fietsen op zo'n dag ligt niet al te ver. Onderweg is er een plek om iets te eten om weer op te warmen en rust te nemen. Het wordt de West Gouwebrug in Alphen aan de Rijn. Die heb ik vaak in de verte zien liggen. Nu wil ik hem echt zien.

Die brug staat op het punt waar Aarkanaal, Gouwe en Oude Rijn bij elkaar komen. Hij ligt over Gouwe. Het is een zogenaamde hefbrug, waarbij gewichten het hele wegdek omhoog hijsen. Hefbruggen zouden een nadeel hebben: doorvaart en doorrij hoogte worden beperkt door hijshoogte en de hoogte waarop de brugdelen verbonden zijn. Het binnenschip dat ik erdoor zie varen heeft er geen last van. De brug is wel veel kleiner dan gedacht.

Het doel is niet altijd het beste deel van een tocht. Het geeft wel richting. Mijn fietstocht gaat verder langs Bodegraven, Woerden en dan weer naar het Noorden. Als ik in de Noordeinderplassen ben, dan schemert het al. Daar wil ik nog wel eens naartoe als het lichter is. Het Groenehart heb ik te weinig befietst merk ik door een hefbrug in Alphen aan de Rijn.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.




zaterdag 10 november 2012

Proost

Ongeveer een half jaar gelden ben ik gestopt met alcohol drinken. Het was geen principe keuze en een groot drinker was ik ook niet. Wel een regelmatige. Met vrijwel iedere avond een á twee wijntjes of drie. Soms nam ik in plaats daarvan een lekker biertje of een glas whisky (met een tax free fles deden we meestal een maand of vier). Of het een beslissing is voor altijd laat ik in het midden.

Voor nu bevalt het me best. Ik mis het drinken niet echt. Hoewel er best lekkere dranken zijn. De niet-alcohol-en/of-suikerhoudende-dranken-drinker heeft maar weinig keus. Water (met limoen of CO2), koffie en thee zijn de favorieten. Maar daar binnen is veel keuze. Met koffie experimenteer ik nog niet. Wel met thee. Nu staat Long Jing thee te trekken. Maar over thee later meer.

Nog even een lijstje met favoriete alcoholische dranken maken:

Allereerst is dat bier. Een helder koud pilsner met lekker veel hop om de dorst te lessen op een warme dag of na een flinke inspanning. Een lekkere Rochefort 10 uit België op een koude winter avond of een Orval uit stenen kelk op een hete dag als je weet dat je niets meer hoeft te doen. Ik heb alle trapisten gedronken, behalve de Oostenrijkse Engelszell dat werd trapist toen ik stopte met het drinken van alcohol, in mei 2012.

Bier wordt gevolgd door whisky. Sinds ik een zwager heb die bijna alles van die drank weet, is het duidelijk dat ik er zo goed als niets van weet. Het begon bij mij op een reisje met het Landelijk Gereformeerd Jeugdwerk naar Montrose House aan Loch Lomond. Daar ben ik op aanraden van een bewoner en beheerder van het huis een aantal whisky's gaan drinken, zoals glenmorangie, glenlivet en macallan (dat laatste wordt ook gedronken op het paleis, zei hij). Het Amerikaanse bourbon dronk ik een paar jaar later alleen in Maloe Melo, de Amsterdamse blues en rockabilly kroeg aan de Lijnbaansgracht. Maar ben ik nooit echt lekker gaan vinden.

En altijd is er wijn. In de zomer is het vaak rosé en dan is het even zoeken welke goedkope lekker smaakt. Koud op balkon en soms net iets teveel. Een enkele keer een redelijk goede fles bourgogne en de laatste jaren was mijn lievelingswijn een Elsasser pinot noir of pinot gris. Tijdens de vakantie in Portugal was het vreemd om niet af-en-toe een vino verde te nemen. Het werd altijd een água mineral com gás en een espresso/bica (ook niet mis).

Al eerder was afgevallen de port. De drank is goddelijk, maar ook erg zoet. Port is een mooie samenwerking tussen Brits imperialisme en Portugese wijnhuizen. Ik dronk het af en toe (goddelijke dranken moet je niet te vaak nemen). Vooral rood, maar soms ook wit. Een paar jaar gelden liep ik met mijn jongste zoon tussen de verlaten bodega's van Vila Nova De Gaia. Ik had er wel pijnlijke voeten voor over om daar te stappen, zeker samen.

Van veel verder is er de tequila. Een drank die lekker smaakt en je denken tijdens het drinken op een vreemde manier kan veranderen. De show met zout en citroen is niets voor mij, maar voor anderen een deel van het plezier. Ook over tequila en mescal valt nog veel te leren merk ik als ik dit ik-ben-gestopt-blog schrijf, maar jammer voor die Mexicaanse drank ik zal me op thee en koffie soorten gaan storten.

Zonder alcohol slaap ik beter (door), heb alleen daardoor al meer energie en voel me beter. Daarvoor heb ik het wel over me op nieuwe dranken te gaan richten. De long jing thee is getrokken (zo lang duurt het schrijven van een blog dus) en lekker: een volle ronde snaak met iets van aardbeien en rook. Ach zo drink ik niet. Zo dronk ik geen wijn en zo ga ik geen thee drinken. Wel proef ik een mond vol smaak die ik nog niet kende. Lekker.

maandag 5 november 2012

Paviljoen Minkema




Dit voorjaar kwam ik er langs. Er stond een andere naam op de gevel van het strandpaviljoen bij Camperduin. Er werd nog gewerkt, maar het zou 'Struin' gaan heten. De oude naam met een degelijkheid van de Hondsbossche Zeewering zelf was verdwenen. 

Laatst had ik het erover met mijn zoon. Hij vroeg gelijk: “hangen die foto's er nog?” In 2011 zijn we er geweest. Hij bedoelde de grote foto's met tekst over de verschillende Minkema paviljoens op deze plek in de afgelopen tachtig jaar. Het verbaasde en verheugde me dat hij gelijk hierover begon. Het antwoord op de vraag over de foto's moest ik mijn zoon voorlopig nog schuldig blijven. (Ik was nog niet binnen geweest.)

Het paviljoen kent een ruig verleden. Dat blijkt ook uit de samenvatting van die geschiedenis op de Site Groot Alkaar Dichtbij. Begin jaren dertig liet Ypke Minkema een restaurant bouwen. Minkema beheerde in 1929 al een cafeetje van Antoon Peeck bij de strandopgang. Het nieuwe restaurant werd in de Tweede Wereldoorlog bezet door de Duitsers en werd vervolgens door de Engelsen gebombardeerd. 

Tussen de puinhopen stond na de oorlog een bord met de volgende boodschap:

Door oorlogsgeweld
werd hier geveld
Maar het kostte
geen mens het leven
Door noesten arbeid
weer hersteld
Zijn wij arm,
toch rijk gebleven


In 1947 bouwde zoon Gerben Minkema een houten noodrestaurant. Dit restaurant was geen rustig leven beschoren. Door brand en storm werd het restaurant zes maal vernield. Het laatste werd overgenomen door Jaap Butter. Hij bouwde - hoewel zelf geen Minkema - in 1991 het huidige restaurant v/h Minkema. Onlangs namen de families Jansen en Tuinfort het restaurant over en verdween de naam van de gevel. Het werd Struin. Groot Alkmaar wijst erop dat in die naam Standpaviljoen Canmperduin ligt verborgen. Dat is een schrale troost.

Op 2 november stapte ik voor het eerst het geheel vernieuwde en ontzettend leuke paviljoen binnen. Toen ik er de laatste keer een erwtensoep bestelde en mijn pillen uit mijn zak haalde om ze in te nemen, kwam er als vanzelf een glaasje water. Aan die soep bewaar ik goede herinneringen. Ook door het gesprekje wat ik met de ober voerde. Nu kwam er te zoete erwtensoep, met te weinig worst, gebracht door een serveerster met knalblauwe nagels aan wie ik niet durfde te vragen waar de geschiedenis aan het plafond was gebleven. Vermoedelijk had ze me wezenloos aangestaard en had ik me een ouwe conservatieve zeurkous gevoeld.

zaterdag 3 november 2012

Goed gemutst







Buienradar

Vanmorgen keek ik voor vertrek op de buienrader; buiten raasde de wind en de regen sloeg de bladeren van bomen. Op mijn beeldscherm zag ik dat het na een paar uur voorbij zou zijn. Meestal klopt die informatie van het internet. De buienradar is in mijn vaste repertoire komen te zitten. Iets dat ik vier jaar gelden niet had kunnen denken.

Zou ik zonder zijn gaan fietsen toen het weer buiten zo vreselijk was? Nee. Dan had ik niet gezien hoe de bollenboer het land met stro beschermde, de kardinaalsmuts niet aan de boom zien hangen en was ik zelf nu – een dag later – ook minder goed gemutst geweest. Niet dat het altijd een perfecte voorspelling is. Maar het helpt om de rader niet op het halfuur en 10 km nauwkeurig af te rekenen.

Als ik mensen zie met hun iPads en iPhones dan besef ik dat ik een hopeloze digibeet ben geworden. Alleen al het gebruik van de i klopt niet besef ik bij het schrijven. Die letter staat voor de producten van Apple. Net zo min als iedere verstelbare moersleutel van baco is, wordt iedere tablet of smart phone door het bedrijf met het appeltje gemaakt.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.






zaterdag 27 oktober 2012

Wonderlijke tocht







Herfstgekleurd

In de verte zie ik vissers de fuikenlichten. Zojuist ben ik vertrokken vanaf station Lelystad in de richting van Het Hunehuis van de Nivon op de heide bij Darp. Eerst in de trappers, want de wind waait me recht in het gezicht. Als de afstand groter is dan geschat; ik een lekke band krijg; en op het laatst verkeerd rij, dan kom ik veel later aan dan bedacht. Daar wachten Wendela en de jongens op me. Het huis is mooi en rustig, de kamer ruim, de keuken bijna professioneel. Het huis staat vrijwel leeg en dat in de herfstvakantie en op die plek.

Het driedaags uitje is een cadeau, omdat ik vijftig ben geworden. De plek is gekozen, omdat ik ooit heb gezegd dat ik daar wel heen wilde met het hele gezin. De wonderlijke ervaring om vanuit thuis langs twee enorme hunnenbedden te rijden na een tocht door de polders, over het verrassende Kadoelen, door de Weeribben of Wieden, langs veldwegen en dan tenslotte de heide op, dat is zoveel Nederlandse pracht-en-praal in één fietstochtje dat het overweldigt. Daarom ook ging ik trappen; die ervaring is deel van de pret.

De volgende dag rijden we met zijn allen vijftig kilometer door een herfstgekleurd landschap: langs venen, door bossen en kleinschalige landbouw. Het mooiste? Volgens de één de lama's en de ander noemt het dikke zwarte varken in een wei. Een enkele keer stop ik voor een foto van een ven. Ik fiets door als ik een militair zie met een Raven-drone. Vroeger kwam ik hier als antimilitarist en zou ik dat buitenkansje voor een mooi plaatje niet hebben laten schieten. Nu laat ik het. De moed opgegeven? Misschien of niet, maar van te voren had ik me voorgenomen simpelweg te genieten. Dat lukt heel aardig.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.



zaterdag 20 oktober 2012

Herfst







Kunnen en Konnen

De wind komt uit het Zuiden. Dat is een reden om weer eens naar Den Helder te rijden. Achteraf kan je zeggen dat ik daar vijf jaar gelden voor 't eerst uit de boot viel. Badend in het zweet arriveerde ik net te laat op het KIM voor een dagje voorlichting voor Kamerleden en hun assistenten.

Tijdens de tocht van vandaag door bossen en duinen in herfstkleuren besloot ik alle medische rompslomp sindsdien - de ziekte, diagnoses en communicatie daarover met anderen - op te schrijven. Niet om me te wentelen in zelfmedelijden, maar om constructief vooruit te kunnen kijken; om niet te veel te denken aan wat ik kon, maar aan wat ik kan. De herfst is daarvoor een mooi jaargetijde.

Ik zal proberen om het niet te schrijven met de mensen in het hoofd die me op zijn best zien en denken dat het wel meevalt en waar ik me dan tegen ga verweren. Het wordt zeker geen blog.

Fotograferen, schrijven, lezen, zwemmen en fietsen maken het leven mooi en soms zelfs mogelijk. Daarover zal ik hier schrijven. Schrijven over oorlog en vrede - en nog zo wat zaken - blijf ik belangrijk vinden, maar daarvoor heb ik al een ander blog: broekstukken. Medische rompslomp hou je beter voor jezelf. Ik moet en wil namelijk verder in een maatschappij die daar maar moeilijk mee om kan gaan.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.