zondag 23 september 2012

Lezen op vakantie

Vier boeken las ik tijdens mijn vakantie in Portugal. Het begon met een verhalenbundel van Ben Okri, De rood bestoven stad. Het is een somber boek over de ontwrichting van mensenlevens in tijden van oorlog en economische chaos. Het wordt verteld in de mooie taal die ik van Okri ken.

Daarna las ik een heel ander boek: The Curious Incident of the Dog in the Night-Time, geschreven door Mark Haddon over een jongen met een zware vorm van asperger (een zogenaamde autisme spectrum stoornis). Het laat de jongen, maar ook de radeloosheid van zijn, inmiddels gescheiden, ouders zien.

Vervolgens door naar In one person van John Irving. Vaak lees ik in de vakantie een boek van hem. Dit keer over vijftig jaar Amerikaanse geschiedenis rond een bi-sexuele jongen en man. De AIDS-epidemie van de jaren tachtig wordt indringend beschreven, maar het is ook een boek dat de taboes rond seksuele diversiteit te lijf gaat. Het was deze vakantie het derde boek met een boodschap.

Mijn vierde boek was The Valley's edge van Daniel R. Green. Green is een Amerikaan die als politiek medewerker van een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) naar Uruzgan ging en later verbonden aan de Amerikaanse ambassade in Kabul en daar onderdeel van een team dat een overall strategie (ontwikkeling, diplomatie en militair) probeerde te ontwikkelen voor operaties in Afghanistan. Met passie beschrijft Green o.a. het belang van kennis over lokale structuren, etnische groepen, personen en historische en culturele achtergronden daarvan.

Alle vier de boeken heb ik met plezier gelezen. Alle vier zijn ze geschreven omdat de schrijver iets aan wil kaarten en eveneens zijn ze allen graag (tenminste zo lijkt het) en vaardig geschreven. Okri, Haddon, Irving en Green het zijn werelden apart, maar de passie is wat ze bindt.

(Nu drie weken thuis moet ik mijn eerste boek nog uitlezen.)

zaterdag 1 september 2012

Portugal: fiets je vrij












A mountainbike it will be,” schreef João toen ik bij hem een fiets voor de vakantie regelde. Ik kon gaan karren. Wat te verwachten van de regio rond Tomar? Hoe zou het zijn om door de Portugese hitte te fietsen? De tocht van naBike naar de camping was niet al te zwaar. De dagen erop zou ik steeds iets verder gaan. De eerste keer kwam ik in Olalhas terecht, waar een beeld van Hendrik de Zeevaarder (maar dan op zijn Portugees) staat.

Hendrik was een van de grootmeesters van de Christusridders, een orde die de voortzetting was van de Tempeliers. Hij zorgde samen met Koning Manuel I voor de financiering van de Portugese expansie naar andere delen van de wereld. Islamieten en Joden waren immers verslagen, verjaagd of gedood. Een nieuwe militaire operatie was nodig om de conquistadores aan het werk te houden. Het Vierkanten Tempelierskruis zie ik tijdens mijn tochten overal. Je kent het kruis wel van de zeilen van de karvelen van onder andere Columbus.

Thuis had ik al besloten om via Fereirra do Zêzere en Vila do Rei het Lago Azul over te steken en dan in zuidelijke richting rond te rijden; terug over de stuwdam. Het werd mijn eerste lange tocht ( +/- 95 km). De klim naar Vila do Rei op het middaguur was het zwaarst. Rémy de campingbaas had een zelfde soort tochtje, maar dan voor de auto en dan bij Vale Do Serrão in het noorden oversteken. Ik deed het op de fiets. Overigens is Vale Do Serrão meer naam dan plaats. Ik dronk er een kop espresso (bica) in een eenzaam café waar de waard keek alsof hij door iedereen was verlaten en hij net zijn vrouw had begraven. Ook tijdens deze tocht was de klim na de brug tussen V. do Rei en F. do Zêzere veruit het zwaarst.

Een derde tocht startte in Santarém, halverwege de camping en Lissabon. De toch erheen maak ik met de trein. Het ritje kost me € 5. De fiets is gratis: “Bikes travel for free on the Urban and Regional trains. It's ecological, healthy and costs nothing,” zetten de Portugese spoorwegen op hun website. Er is ruim plaats fietsen in de trein en alweer valt het contrast met de fietsonvriendelijke NS op.

De vlakte bij de Taag wilde ik zien. Dat is niet gelukt. Dan had ik beter de brug over kunnen gaan bij Santarém en aan de overzijde van de Taag gaan fietsen. Het werd wel een mooie route via het Portugese platteland. Ik reed via de N365 door slaperige Wild West dorpjes, langs wijn- en olijfgaarden, wijnhuizen, verlaten landhuizen en een beeld van José Saramago – de communistische schrijver en Nobelprijs winnaar – in zijn geboorte dorp. De weg was de eerste 60 km redelijk vlak.

De olijfbomen vielen me op. Maar daar had ik het al over op Facebook. Hoeveel methoden er waren om water te krijgen, met metalen windmolens (zoals ze ook hier in de polders staan, maar dan veel hoger), grote wielen om handmatig het water naar boven te halen, afleidingen van stroompjes en pompen. Hier en daar werd het water met armen (lijkend op wat hier gebruikt wordt om insecticiden te sproeien) over een akker verdeeld. Uit de lucht (vliegtuig, Google Maps) kan je de cirkels zien die zo water krijgen. Het geeft een landschap dat je tijdens het fietsen niet kan zien.

Het verval is onmiskenbaar. Ik houd ervan. De deuren met scheuren. De afbladderende verf. Het gebarsten houtwerk. Het heeft iets pervers om daar van te genieten. Een verbrande helling krijgt meer kleur, viel me op. Toch heb ik gevoeld hoe dreigend het bosbrandgevaar kan zijn voor kleine boeren of campingbazen. Niets om je over te verheugen. Zoiets is het ook met dat verval. De kleuren. De onverwachte vormen. De verwering is sterker dan de kwast. Het tegendeel van kitsch. Het is wonderschoon en daarvan zal ik altijd blijven genieten, maar ik gun iedereen een mooi tocht- en waterdicht huis en akker zonder verbrande bomen.

De afdaling van Vende do Rijo naar de camping zal ik het meeste missen. De haarspeldbochten gingen steeds sneller. Maar ook de tocht er naartoe – naar boven – of nog steiler naar Poço Redondo ging lekker, met afzien. De hitte viel mee.
Op twee honden na, die ontsnapten uit de tuin van een groot (tweede?) huis en mij 500 meter een heuvel op joegen, heb ik vooral genoten van het trappen, zelfs als ik van de hoofdweg raakte en echt moest gaan mountainbiken. En ook van het goedkope en lekkere eten onderweg, waar je nooit naar hoefde te zoeken.

Foto's:
-Tomar en het kasteel, klooster en kerk
- Beeldje van Hendruk de Zeevaarder in in Olalhas
- Uitzicht OIlalhas
- De stuw bij Castelo do Bode
- Beeld Nobelprijswinnaar José Saramago
- Landhuis Quinta da S. Jão de Ventosa
- Café in Vale de Fueigera
- Trap in kasteelklooster van Tomar
- Me

Meer foto's zijn te vinden op Facebook.