dinsdag 25 december 2012

Vanille (of andere) pudding



Benodigdheden: 0,5 liter melk

100 gram suiker (iets minder mag ook)

2 dooiers

12 gram gelatine

1 zakje/stokje vanille*

1 kopje slagroom


evt. 50 gram garnituur (rozijnen, bicareaux, cake, appel, stukjes chocolade etc.)

1 weeg alles secuur af
2 leg de vorm in koud water
3 klop de eidooiers met 25 gr. van de suiker licht en luchtig
4 breng in een pannetje de melk, (geweekte) gelatine, vanille en 75gr. van de suiker tegen de kook
5 giet de hete melk onder voortdurend kloppen op het dooier/suiker mengsel
6 zet de massa in een schaal met koud water (voeg ijsblokjes toe als je die hebt)
7 klop de slagroom net niet stijf
8 zet de eventuele garnituur klaar




9 als de massa gaat geleren voorzichtig omspatelen zodat dit gelijkelijk gebeurt
10 is de massa zo dik als vla spatel dan voorzichtig de slagroom en garnituur erdoor
11 stort deze massa in de vorm en laat in de koelkast 3 á 4 uur opstijven
12 stort - na voorzichtig losmaken - op een schaal en versier al dan niet naar smaak

* de vanille als smaakstof is te vervangen door cacao (20 gr. Door de 25 gr. Suiker kloppen voordat de dooiers erbij gaan) of gepureerd fruit (banaan, aardbeien, geen kiwi). De variaties zijn in combinatie met de garnituur eindeloos als je je fantasie gebruikt.



zondag 23 december 2012

leven

Op het podium zit acteur Gijs Scholten van Aschat van Toneelgroep Amsterdam al voor de voorstelling te wachten. Het optreden gaat vanavond niet door. In de zaal wordt gepraat en ge-sms't. Nog voor het spel goed en wel is begonnen wordt al duidelijk dat toneel speelt met de werkelijkheid. Zeker is dat Gijs toneelregisseur Hendrik Vogler speelt die bezig is met de repetities voor zijn stuk Droomspel.


In de lucht zweven de stofdeeltjes van al weer verdwenen of gestorven toneelhelden. Ook dat is niet echt. De Rabozaal van de stadsschouwburg, de zwarte doos, ademt nog nieuwigheid. Toch denk ik daar tijdens de voorstelling niet aan en realiseer me pas achteraf dat het om een ruimte met nog maar weinig traditie gaat.

erkenning

Anna komt binnen, ze speelt de hoofdrol in Droomspel. Anna is de dochter van de aan lager wal geraakte diva Rachel. Ze zoekt in de repetitieruimte niet alleen een die dag verloren broche (die ze niet om had), maar eigenlijk ook de bevestiging bij haar regisseur en voormalige minnaar van haar moeder. Ze wil erkenning in woorden, maar ook in daden. Hendrik geeft die, breekt hem weer af en bouwt hem weer op. Voor een goed stuk zet hij immers alles in wat hij heeft. Hij ziet in de dochter haar jonge en gevierde moeder. Hij zegt dat een paar maal tegen haar. Daarop loopt een vrijpartij kapot. Rachel zelf komt binnen. Ze is haar 'schoenen' vergeten. Ze is dronken en zoekt seks. Bestaat ze wel of is ze een deeltje dat zweeft in de lucht? Gaat ze dood of was ze al dood? Aan de kijker de conclusie.

passie of evenwicht

Is het stuk vol emotie en agressie gericht tegen diezelfde passie, tegen de vervoering, tegen het ondergaan in alles wat de grenzen raakt? Dat kan je concluderen uit het beeld waarin Hendrik, Anna en haar vriend harmonisch samen optrekken; evenwichtig doorleven, wat praten over cultuur en politiek en een partijtje schaak op zijn tijd. Of gaat het over manipuleren om je doel te bereiken? Dat doen alle drie de spelers hier met verve, woorden en dijen. Zo houden ze zich staande en krijgen of herwinnen posities. Is dat onschuldig? Of gaat dat gepaard met slachtoffers? Ingewikkelde relaties, jaloezie en schimmen maken dat alle aandacht nodig is om het spel te volgen.

leven

Als een ingedikt leven storten de woorden, visies en emoties zich over je heen. In de pauze hoor ik mensen zeggen dat het niet geloofwaardig was. Dat kan ook bijna niet. Het leven – hoe intens ook – is dunner dan dat in een toneelstuk van Ingmar Bergman waar de grenzen worden gezocht. Zelf verdronk ik in de mooie ogen en de brede lach op het gezicht van Karina Smulders die Anna speelde. Voor mij was Na de repetitie overtuigend genoeg.

Persona

De man met wie ik ging, zei dat het heftigste nog moest komen. Na de pauze wordt dan nog Persona opgevoerd.

Het begint in dezelfde afgeperkte ruimte waarin ook Na de repetitie speelde. De repetitieruimte is ziekenhuiskamer geworden. Een naakte vrouw ligt op bed. Tijdens het spelen van Elektra stopte ze even met praten. Het is Elisabeth Vogler. Elisabeth is een gevierd toneelspeelster. De dag na de hapering valt ze ook thuis volledig stil. Zowel geestelijk als lichamelijk is er niets mis. Verpleegster Alma moet voor haar zorgen zoadat ze weer bij zinnen komt. Dat doet ze eerst in het ziekenhuis en later op een afgelegen eiland. Dat eiland wordt op het toneel gemaakt door de wanden van de ziekenhuiskamer weg te laten vallen. De kleine speelvloer die dan overblijft wordt omringd door een vijver vol water. Een storm waait een regenbui met kracht over het podium waar beide speelsters als verliefd doorheen rennen.

niets 

Persona is een stuk voor twee vrouwen. De andere twee rollen zijn bijrollen. De echtgenoot van Elisabeth is nauwelijks van belang. Alhoewel. Als hij verschijnt dan pas blijkt hoe de twee vrouwen inelkaar zijn opgegaan. De dokter is een intrigante, maar komt in het stuk nauwelijks voor. Ze legt met die valse houding wel de kiem voor het slot. Over blijven Alma en Elisabeth. De eerste praat en de ander zegt letterlijk één keer 'Niets'. Het stuk is onder meer een kritiek op de domheid van de mens in 't algemeen en de theaterbezoeker in het bijzonder. Dat wordt verwoord door de toch al niet plezierige dokter in een pleidooi voor infantiliteit om de theaterbezoeker te bekoren.

Moet de expliciete beschrijving van een seksspel tussen twee jonge vrouwen en jongens (de jongste is dertien) op het strand daarom opgevat worden als porno die nog wel mensen trekt? Of is seks nu eenmaal deel van het leven en wordt de scene daarom zo beeldend in woorden neergezet? De woorden waarmee 'de orgie' wordt verteld zijn melancholiek, teder en liefdevol.

neeslepend

Naast neerbuigendheid over de intelligentie en mogelijkheden van de mens worden in het toneelstuk ook andere grote levensvragen gesteld. Is het leven bedoeld voor grote meeslepende doelen? Bijvoorbeeld je leven in dienst van de verpleging stellen; zorgen voor andere mensen. Heeft het zonder zo'n doel wel zin? Of is het om te roken en te drinken en verantwoordelijkheden van je af te schudden? Elisabeth die de drank en sigaretten aanvoert kan al tijden niet meer functioneren. Je kan hier een antwoord in zien.

ruimte

Opvallend is dat de pratende onzeker is en de zwijgende kracht uitstraalt. Pas als Alma leest hoe neerbuigend Elisabeth over haar oordeelt in een brief aan de dokter gaan de verhoudingen verschuiven. Ze laat haar aandoenlijke houding varen. Ze wil niet gebruikt worden. Ze vindt dat wat ze in vertrouwen op het eiland heeft verteld niet doorgebriefd moet worden aan de buitenweereld, in casu de arts. Ze is niet langer slechts begripvol en met zichzelf bezig. Ze spreekt haar visie en oordeel uit en neemt haar ruimte. Pas dan gaat het leven voor beide weer verder.

Marieke Heebrink:
Rachel in Na de Repetitie en Elisabeth
Vogler in Persona

Karina Smulders:
Anna in Na de Repetitie
en Alma in Persona

Gijs van Scholten Aschat:
Hendrik Vogler in Na de Repetitie en echtgenoot van Elisabeth in Persona

Frida Pittoors:
Dokter in Persona

Bespreking Theaterkrant: Boeiend tweeluik over de rol van de kunst, door Tuur Devens gezien 6 december 2012

De stukken worden nog gespeeld in: Amsterdam, Antwerpen, Arnhem, Breda, Brussel, Creteil, Luxemburg, München.


vrijdag 21 december 2012

Mist









Beperkt


In de verte verdwijnt een schip in de mist. Ik rust wat op de pont en zie dat het einde onzichtbaar is. Ver weg is buiten zicht. Alleen wat dichtbij is doet nog mee. Rustig en plezierig, mooi voor even, maar voor langer te beperkt.






vrijdag 14 december 2012

Terugblik

Het volgende hekgesprek plaatste ik op zondag 14 december 2008 op het Volkskrantblog. Het was onderdeel van een serie die ik schreef over hekken. Ik moest er een paar dagen geleden aan denken toen ik me afvroeg: wie ben je eigenlijk; en waarom weet je dat niet? In dat hekgesprek doe ik mijn best mijzelf  te vinden. Misschien moet ik dat nog eens doen. En vooral moet ik uitzoeken waarom mijn identiteit verdwenen lijkt en ik verloren en zonder vertrouwen door het leven ga. Deze week had ik een gesprek waarin persoonlijke geschiedenissen werden verteld. Gewoon in 't wild en niet als onderdeel van een therapie ofzo. Altijd boeiend om te horen. Mijn geschiedenis strandde ergens in de afgelopen jaren merkte ik. Ik zal een hekje uitzoeken om de boel weer leven in te blazen.

Hekgesprek
“Wie bent u?”
“Dat gaat u niets aan.”

“Nou, nou, niet zo onaardig.”
“Vraag dan niet naar de bekende weg, mijn naam staat op het bordje.”

"Bent u alleen uw naam?”
“Ach man wat je wilt u eigenlijk verkopen, is het niet tijdens het eten door de telefoon, dan is het wel iemand aan het hek.”

“Het is gewoon een vraag?”
“Ik heb geen zin om op elke vraag te antwoorden.”

“Maar zo moeilijk is het toch niet; wie bent u?”
“Normaal zou ik zeggen, ik gooi de hoorn op de haak, maar u staat hier voor de deur en niet met zo’n koptelefoonmicrofoonset ergens verwarmd in een zaal met nog veertig anderen, en, nou ja, goed, eh ……”

“Ja wat wilde u zeggen?”
“Ik ben Martin Broek, zeg maar Martin, 46 jaar, en als jongen opgeleid tot boer, kok en kelner.”

“Was dat het?”
“OK ik ben  de zoon van Jan Broek, en die was weer de zoon van Mari Broek, daarom  werd ik Marinus Jan gedoopt. Beetje wrang, want de man die mijn opa geworden zou zijn, werd door een Duitse marineboot van het leven beroofd.

“Dat is allemaal wel lang geleden, Martin, dat is geschiedenis.”
“Wat komt u in godsnaam verkopen?”

“Ik ben gewoon geïnteresseerd, ik wil weten wie u bent.”
“Maar waarom ik, ik ben hier gewoon op bezoek.”

“U woont hier niet? Ik dacht al er staat een andere naam op het bordje.”
“Nee ik woon hier niet. Valt het tegen? Ik woon hier even in de caravan in de tuin. Normaal woon ik gewoon in de 19e eeuwse gordel van Amsterdam. 10 kilometer van  hier in een buurt die gerenoveerd wordt. Op de trap met acht huizen wonen mensen uit zes verschillende landen. De een zie je meer dan de  ander, maar we hebben geen problemen met elkaar. Ik wilde niet anders. Ik heb de balen van al die lui die over integratie praten en vertrekken naar een Vinex-locatie ergens aan de rand van de Randstad of in het centrum van de stad. Bovendien hebben ze dan nog een huisje in Frankrijk of elders in Nederland om uit te wijken als het ze teveel wordt. ”

“Principieel mannetje, een drammer?”
“Ach hou op man. Nee meestal hoor ik juist dat dat niet zo is. Ik kan juist ruimte  geven. En wat heeft het voor zin om te drammen. Ik zou niet weten welke  basis daarvoor is. Je hebt twee linkse partijen, maar de ene heeft zich  bekeerd tot het liberalisme en het milieu, en schud de oude veren van  zich af. Offerde daar zelfs een Kamerlid aan op. De andere partij trok bij de laatste verkiezingen een op de zes stemmers, opmerkelijk veel. Maar zou van mij wel iets meer naar links mogen trekken.”

“GroenLinks en de SP?”
“Ja, maar nog even over dat drammen. Als het dan toch moet. Ik zou over drie dingen willen drammen als het zin had, dan: 1 is de auto. Nog steeds een van de belachelijkste vindingen van de twintigste eeuw, iedereen een auto. Er vallen per jaar alleen al in Nederland – een van de veiligste landen ter wereld – 700 verkeersslachtoffers. Ik geloof dat er in de vorige eeuw wereldwijd 30 miljoen verkeersdoden zijn gevallen. Vraag me niet hoe ik het weet. Dat heb ik eens gelezen. Het blik vult de straten. Fijnstof, alle mensen gaan er in Nederland ruim een jaar eerder aan dood, daar waar ik woon nog sneller. Ieder jaar gaan dus 140 duizend mensen een jaar eerder dood. Ik hoop dat mijn gecijfer klopt, of ik hoop het eigenlijk juist niet. Ik heb soms het idee dat mensen denken dat ze met een auto onder hun kont geboren zijn. (Opmerking: Dit cijfer is vervangen door het gegeven dat ieder jaar 2.000 mensen eerder overlijden door fijnstof.)

2 is het integratievraagstuk”

“Moet dat nou?”
OK slaan we dat over, maar lees wel even de berichtgeving over de promotie van Jan Dirk de Jong, a.s. dinsdag in Groningen. Ik kan er wel wat mee, met wat die snuiter zegt.”

3 dan. Meer inspraak van de bevolking in processen die hen aangaan. Beter luisteren, meer met de mensen doen, grotere participatie, maar ook meer invloed. Volgens mij zou dat ons  allemaal ten goede kunnen komen. O ja, ik heb ook een broertje dood aan dat gekanker op de politiek. Teveel  ambtenaren, maar te weinig controle op God mag weten wat al niet. Te weinig volksvertegenwoordigers in de Kamer en te weinig parlementsleden op straat. Teveel aandacht voor details en te weinig aandacht voor hondenpoep en hoofddoekjes. Te narcistisch of te geil op de pers, maar ook te onzichtbaar. ‘Hou je niet in’, zou ik zeggen, maar lach af en toe ook om de onmogelijke verwachtingen die je hebt.”

“Ja lach jij eigenlijk wel eens, Martin?
“O ja vergeten, 4 nog. Dat fucking leger moet terug uit Afghanistan. Er kan gelijk flink het mes in. ‘Veiligheid daar is goed voor onze veiligheid hier.’ Hale je de koekoek, veiligheid hier is gediend met investeringen in de veiligheid hier: wijkagenten, buurthuizen, activiteiten, werkgelegenheidprojecten, goede scholen, voldoende en goed taalonderwijs, buurtwinkeltjes, buurtinloopcentra,  buurtinloopcentra, sociale raadslieden etc. Er kunnen wel een miljard of wat van de acht die het leger ieder jaar krijgt af.  Ach ik houd op, het wordt drammen. En dan wel 15 miljard uittrekken voor de aanschaf  en het gebruik van een bommenwerper. Leve de Regering Hoezee!!!! Hoezee!!!! En dan ben ik godbetert nog vergeten de ongelijk verdeelde rijkdom en macht aan te roeren. Dat is 5.

“Lach jij wel eens?
“Huh?”

“Of je wel eens schatert.”
“O ik schreef vorige week in een sinterklaas gedicht:
Het is een ode aan je bestaan
Het is niet de traan
Maar het is de lach
Die er in voorzag
Dat het leven te leven is
Er is teveel op deze kloot mis
Om niet te schateren als het kan”


"Mooi, maar lach je zelf wel eens?”
“Kom binnen voor een kop koffie man. Ik laat je niet langer aan het hek staan.”

Binnen ging het gesprek verder - eigenlijk begon het pas -, tot vroeg in de morgen van de volgende dag. Er werd geschaterd. Over mijn twee en zijn kinderen is gesproken. Over liefde en over verdriet. Over ruzie en plezier. Ziekte en sport. Over samenleven en stress door de drukte van het bestaan. Over ijsvogeltjes en LP’s. Goed dat ik het hek heb opengedaan.

donderdag 13 december 2012

Glad







Genoeg

Twee keer word ik vandaag gewaarschuwd voor het gladde pad. Ik bedank. Zeg dat ik goed op zal letten en rijd verder. Alles glijdt van me af. Zelfs de omgeving zie ik nog nauwelijks. Bij een plas, de zee of een vergezicht veer ik op. Ik zie de hobbelbobbelvelden met heideplantjes. Het is genoeg.




maandag 3 december 2012

Vallende boeken


Het boek De blinde vlek op de kaart van Ilse Starkenburg viel voor me op tafel. Vermoeid van alle activiteiten, plannen en ideeën ging ik even uitblazen bij de plaatselijke buurtkamer. Daar stapte de schrijfster binnen voor een project rond oude buurtfoto's en poëzie .

Na de eerste bladzijde die ik las (zie hieronder)  wilde ik er meer van lezen. Dat kon. Het boek was te koop voor 2 euro. Na vier dagen heb ik de verhalenbundel uit.

Het is een boek vol vaders, partners (man en vrouw) zonder een greintje empathie; herinneringen aan het platteland in de stad; het zoeken door een +/- 24-jarige naar hoe je leeft, wat de regels zijn; en niet helemaal gelukte vluchten uit het alledaagse. Echt vrolijk wordt het alleen tijdens het schommelen; ook dan niet onbekommerd.

Zelf schreef ik op die leeftijd briefjes met wat ik ontdekte over omgangsvormen, ziens- en handelwijzen en schreef daarnaast dagboeken om mijn observaties, tegenvallers, beslommeringen, avonturen, gedachten en emoties vast te leggen en opnieuw te bekijken. Dit boek doet dat ook; stukje-bij-beetje observeren en vastleggen hoe je als nieuwkomer je weg zoekt. Alsof ik zelf even terug stap.

Het boek stamt al weer uit 1998, maar toch leuk om te lezen. Grappig hoe een boek je kan bevallen.


___________________________________________

Kleine wereld, grote wereld







Dit is mijn eerste herfst in een nieuwe stad. Ik ben eerste-
jaarsstudent filosofie.
De kamer die ik heb gehuurd is vroeger een winkel
geweest. Het is een langwerpige ruimte met een etalage-
raam dat één hele wand in beslag neemt. Van mijn ach-
ternicht kreeg ik twee stoelen, een bureau, een bed en
gordijnen. De gordijnen zijn net niet breed genoeg voor
het etalageraam, daarom hangt in het midden een laken.
Het laken is vergeeld door de zon. Het ziet er vies uit.
Het is ochtend. Ik zit in mijn schommelstoel thee
te drinken.
Er kan niet plotseling iemand binnenkomen die me
verbiedt te schommelen. Niemand maakt er een opmer-
king over dat ik mijn thee te langzaam opdrink. Ik be-
paal zelf wanneer ik mijn bed opmaak. Het boek dat ik
aan het lezen ben, hoef ik niet telkens wanneer ik het
dichtsla, terug te zetten op zijn vaste plaats tussen de
andere boeken. Het mag best een tijdje op de grond
naast de boekenkast liggen.
Een onopgemaakt bed en een rondzwervend boek
bewijzen dat ik leef in deze ruimte.
Hier ben ik veilig.

                                      44

_____________________________________________

(Ilse Starkenburg, De blinde vlek op de kaart (verhalen),
Arbeiderspers 1998.)