vrijdag 26 april 2013

Terugblikken




El secreto

Op de fiets malen je benen de trappers rond en de gedachten in je hoofd.

“U houdt duizend verledens en geen toekomst over,” zei de bankbediende Ricardo Morales in de Argentijnse film El secreto de sus ojos tegen de gepensioneerde aanklager, schrijver in spé en speurneus Esposito. Hij zoekt na vele jaren nog steeds de moordenaar van de geliefde van Morales. Laat het verleden rusten; herinner alleen het mooie; kijk vooruit, wilde de bankbediende daarmee zeggen. Een bekend thema. Ook voor mij.

“Ik heb altijd vooruit gekeken. 'Terugblikken' valt buiten mijn jurisdictie. Ik verklaar mezelf incapabel,” aldus Esposito's baas Irene Menéndez Hastings. Dat klinkt gewoon. Toch is niet omkijken moeilijker dan het lijkt. Er zijn maar weinig mensen die het kunnen en of het 't leven leefbaarder maakt is de vraag. Ook blijft het tot het laatste moment zo dat er nog leven voor je ligt.

Een andere opmerking in de film was: het leven is één. Het komt neer op 't verleden staat niet los van het heden en de toekomst. De tijd van vroeger is er nu nog steeds. Ze zal er ook in de toekomst nog zijn. De opmerking paste goed in het verhaal van de film. Maar of het altijd opgaat? Niet alle verleden tijd hoeft verdwenen te zijn, maar het is ook niet mogelijk alles naar het heden te halen. De tijd van vroeger kan je gunstig gezind zijn, vermorzelen of je betekent er niets meer voor.

Naast me klotst het water van het IJsselemeer. Ik trap de toekomst in met een grijze verte zonder horizon en later uitbundige bloesem, vogelzang en heel veel bosanemoontjes. Overigens was El secreto ook mooi, omdat hij over meer ging dan de tijd.

Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie.






zaterdag 20 april 2013

Scheveningen; de kaarten van mijn oma 5

Datering: 25 maart 1917
Mijn oma van moederskant liet een map met ansichtkaarten na die ze tijdens haar leven kreeg. De eerste kaarten stammen uit 1917, toen ze nog een klein meisje was. Opmerkelijk veel kaarten komen uit de bad- en vissersplaatsen. De kaarten van Scheveningen gaan over de highlights -- in een enkel geval zelfs letterlijk -- de vuurtoren, het Kuhrhouse en de pier. De kaarten kwamen van haar broer die gelegerd was in Den Haag.

Ze zijn verstuurd tussen 1917 en 1920. Ze kaarten bevatten allemaal een soortgelijke tekst: "Met mij gaat het goed en ik hoop dat u mijn kaart in goede Gezondheid moogt ontvangen. Uw broer Wim Verheij, Batt Jagers, Oranje Kazerne, Den Haag."


28 oktober 2011
Op het moment dat ik de kaart krijg, dat was in augustus 2009, ken ik de vuurtoren niet. Ik moet er een paar keer vlak langs zijn gefietst. Hij staat midden tussen de huizen op een duin bij het strand; een prachtige plek. Vroeger stond hij losser van de huizen zie ik op een oude ansichtkaart.

“De vuurtoren aan Zeekant 12 is gebouwd in 1875 naar plannen van Q. Harder als een twaalfzijdige gietijzeren toren met neogotische detaillering en inwendig ijzeren spiltrappen en tussenvloeren. De gietijzeren onderdelen werden geleverd door de firma Nering Bögel. De roodbruin geschilderde schacht wordt bekroond door een glazen lichtkoepel (1921) met koperen koepelbekleding (circa 1958). Bij de toren staan enkele wit gepleisterde laat-19de-eeuwse dienstwoningen (Zeekant 7-11).” Deze tekst komt uit Monumenten in Nederland. Zuid-Holland.

Kon. Wilhelmina wandelhoofd met Kuhrhaus
Datering: 17 februari 1917
Een volgende kaart beeldt het Kuhrhause af. Het pompeuze badhotel staat er nog steeds. Het heet nu Steigenberger Kuhrhause Hotel. Mijn oma van vaders kant, oma Schouten, vierde er een paar keer haar verjaardag met een koudbuffet. Ik herinner me vooral de uitgebreide verzameling deserts. Vooraf ging het wildere deel van de familie even de zee in. Ook mijn oma-van-de-kaarten was er een keer bij en ging lekker zitten zonnen.


Datering: 4 mei 1917
Met alleen: "H.G. Mina," als tekst.
Datering: 25 mei 1920
Het derde onderwerp is de pier. Hij staat er nog steeds bouwvallig, maar zelfs uitgebreider dan hij er tijdens de Eerste Wereldoorlog bijstond. Hier komt een ander familielid om de hoek kijken. Op het stand van Scheveningen is een foto van mijn biologische oma van moederskant genomen. Ze stierf in 1951 aan multiples sclerose (MS) na een lang ziekbed. Mijn moeder was toen twaalf.
Mijn oma-van-de-kaarten was toen een 'tante' die in huis kwam en waarmee mijn opa zou trouwen. Tante Co moest als mw. Vrijland het huis gaan bestieren en werd - ik heb niet anders geweten - mijn oma tot ze op negenennegentig jarige leeftijd strief.

Maartje Vrijland-van der Pijl (links) met vriendin




vrijdag 19 april 2013

Suppletie




Landinwaarts

Het leek verder dan het was. De wind blies zand van het strand op de duinen; van de duinen op andere duinen; en dan landinwaarts. Voor het strand ligt een schip dat de kust verhoogt. Het is vandaag zandsuppletie voor de hele kuststrook. Goed dat er ook wat blijft liggen. Bij mij slibt er ook wel eens iets aan of komt en waait weer weg. 

De boot van Veere voer nog niet. Pas op 28 april. De Fast Ferry van de Maasvlakte naar Hoek van Holland ook niet. Het schip was kapot. Er voer een vijfentwintig jaar oud vletje. Niemand die het wist behalve een paar anderen en ik die van niets wist. Een meevaller een ander schip dat me over woelige baren en door zandstormen bracht.

'Dit is pas genieten', zei een man, die veel sneller was dan ik, in het voorbijgaan. Naast het pad naar Zandvoort hing aan de ene kant de ondergaande zon tussen wat wolken en aan de andere de stilte van de waterleidingduinen. Uit de lift op het station kwam een vervelend om mij lachende vrouw. Ik was te moe om een gevatte opmerking te maken, maar ook om het me aan te trekken.


Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie.









vrijdag 12 april 2013

Voor de boeg




keuze

Eigenlijk had ik geen zin te gaan. Thuis blijven en rommelen zou genoeg zijn, hield ik mezelf voor. Toch maar op de fiets gesprongen; je moet er wat van maken. Ik heb genoten van vogels en de stilte.

Deze week kwam ik twee mensen tegen die vroeger anders hadden gewild. “Had ik vroeger kunnen leren, dan …” De zevenennegentig jarige voedde drie dochters en een zoon op. De zoon overleed. Die dochters ken ik; prachtvrouwen. Goud!

Een oude man van eenennegentig verzuchtte had ik maar iets anders gedaan dan was ik nu miljonair geweest. Dan hadden we samen niet terug kunnen kijken op de avonturen, het vele mooie wat hij bereikte en de juiste keuzes die hij maakte.

Zelf baal ik er wel eens van dat ik alles wat ik had stopte in mijn linkse vredesclubjes en vergat aan mezelf te denken. Nu ik veel niet meer kan, zit ik met de gebakken peren. Maar had ik anders gekund of gewild en heb ik niet ook veel mooie dingen meegemaakt?

De mensen die ik sprak waren meer dan veertig jaar ouder dan ik. Nog een leven voor de boeg. Waar wil ik dan op terugkijken?



Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie.









dinsdag 9 april 2013

Gedichten

Voegen

Het huis waar ik woon:
aan alle kanten wordt gewerkt,
tegen de gevels voor en achter steigers,
de straat ligt open,
een boom is afgezaagd.

Het balkon wordt eerst glimmend
daarna grijs getjet
om betonrot te stoppen.
Mannen springen rond
daar waar normaal
alleen een plek zonder
toegang is.

De hobbelige weg
is ontdaan van keien.
Een graafmachine
piept als hij draait
en gromt als hij graaft;
de hele dag.
De stratenmaker zal nog
komen om in het zand
met kromme rug weer
stenen te leggen.

Mijn lijf kraakt. In de
voegen zit pijn. Een
pil stilt, maar stopt niet.

Tijd

Ik lees: de tijd die alles wat je lief-
hebt rooft en ooit vernielen zal.

Maar diezelfde tijd brengt mij
van de morgen met zijn ochtendpijn
naar de routine van de dag,
van de kwellingen van de avond
naar de slaap van de nacht
en uiteindelijk naar de rust
waarmee alle pijn vervliegt.

Het huis zal er nog staan.
De straat is een paar beurten verder.
De gekandelaberde boom
maakt ook dan nog ieder jaar
nieuwe blaadjes.

Martin Broek

Geciteerde tekst uit: 'Primarius,' opgenomen in de bundel 'Nieuws van Nergens,' Anna Enquest (Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2010).

vrijdag 5 april 2013

Pieren




Waaien



In een hoofd blijven rare feitjes kleven. In dat van mij zit bijvoorbeeld de 53ste breedtegraad. Maar met gekleefde feitjes moet je uitkijken. Het is de 38ste. Op het Koreaanse schiereiland staan hier de troepen van Noord en Zuid tegenover elkaar. Zelf stond ik er twee maal aan de zuidzijde. 

In de trein naar Zandvoort – waar mijn fietstocht vandaag begint – lees ik een artikel uit The Nation door Bruce Cumings. Zijn standpunt is niet nieuw voor me. Zijn manier van schrijven herken ik. Wel staan er weer opmerkelijke feiten in zijn stuk. Hij voert de premier van Japan, Shinzo Abe op die in februari dit jaar in Washington vertelde dat zijn opa het zo goed kon vinden met president Park Chung-hee, de vader van de huidige premier van Zuid-Korea, Park Geun-hye. Het was bedoeld ter aanbeveling, maar in de rest van Azië zijn de Japanse misdaden uit de Tweede Wereldoorlog niet vergeten. Korea werd bovendien nog langer door Japan bezet, vrijwel de hele eerste helft van de vorige eeuw. Bovendien was de opa van Abe zelf in China belast met de munitieproductie. De vader van Park diende in het Japanse leger en was als president veertien jaar lang een bruut dictator. Met zulke aanbevelingen heb je geen vijanden meer nodig.

In de duinen schijnt de zon, bij Noordvoort staat een damhert in de zeereep, de haven van Scheveningen ligt er rustig bij en de Nieuww Waterweg loopt zoals altijd vol met schepen. Morgen eens kijken wat Catherine Ashton heeft gezegd over de toestanden bij de 38ste breedtegraad.



Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie.