zaterdag 19 april 2014

Grote

180414vervallenschuurtje



Bescheidenheid

Net een schoolier ben ik; mijmerend over het bestaan. Als het heelal als maar groter wordt, dan wordt ik verhoudingsgewijs steeds kleiner en dat geldt dan voor de hele wereld. Zelfs het kleinere, wordt kleiner, voordat we het ontdekt hebben.

Zouden er nog meer ruimtes zijn, vraag ik me af. Met hun eigen big bang of iets heel anders. Als onze ruimte steeds uitdijt, kan die die dan tegen die andere ruitme aan botsen of die andere ruimte opslurpen of zelf opgeslokt worden?

Ach dat is van later zorg. Eerst maar eens goed rondkijken, terwijl ik de LF2 naar het zuiden fiets.


woensdag 16 april 2014

de kleine




Dingen

Je moet er even voor stoppen: niet doorrijden, maar bukken; banjeren in plaats van lopen; even stilstaan en kijken. Dan zie je bijna altijd wel wat speciaals. Een haaienei, miljoenpoot, schelpjes, hout of pierepoep of een mooie bloem. Vanuit het zadel zag ik een zandhagedis wegschieten; ook niet zo groot, ook mooi.

Bij grotere kwesties zou het ook zinnig zijn om stil te staan. Te kijken. De kleine mogelijkheden te zoeken en niet meteen hanig te gaan doen.



zondag 13 april 2014

Tijd




Tegenwind

Vandaag tijd voor de krakeend en de sleutelbloem; voor tulpen in bloei en voor de Maasvlakte met steeds grote nieuwe apparaten. Ik zocht naar hertjes achter het hek van de Waterleidingduinen, maar zag er geen. Wel zag ik de zon als een bolletje in zee zakken bij de stormvloedkering van de Oosterschelde.

Ik had geen tijd voor een foto van een tableau van hyacintenblaadjes bij Hillegom met de tekst: 'Hier geen snelweg' voor auto's die de spot drijven met tijd en ruimte. En nam ook niet de tijd voor de opstijgende zweefvliegtuigen die juist zo dicht bij de tijd blijven.

“Wat gaat u doen als u in Middelburg bent,” vroeg een stel op een tandem. “Ik ga weer met de trein naar huis en lees dan nog in een boek,” antwoorde ik. Verbouwereerd fietsten ze door. “Goede tocht verder,” riepen we elkaar op de Maasvlakte toe. Ik fietste verder en liet de Zuidwestelijke tegenwind mijn hoofd leeg waaien.





zaterdag 5 april 2014

Raar land



Rivieren

Het is half elf als ik eindelijk op de fiets stap. Langs de Amstel naar het zuiden, beslis ik. Opeens sta ik bij een stemvork van water. De steel is de Amstel (eigenlijk het Amstel-Drechtkanaal) waar ik langs fietste. De sluiswachter zegt me dat de twee tanden het Aarkanaal en Drecht zijn. De Amstel is opeens een rivier zonder natuurlijk begin. Vroeger begon de rivier daar waar de Drecht en Kromme Mijdrecht samenkwamen.

Ik vervolg mijn tocht langs de Drecht en ga via Gouda en volg de Hollandse IJssel. Tot voorbij Zoetermeer gaat het tussen plassen door. Pas aan de kust wordt het weer droog. Bij Katwijk wordt aan de monding van de Oude Rijn hard gewerkt om het zo te houden. In de Telegraaf lees is dat 36.000 kruiwagens woestijnzand dit weekend keurig verspreid op Nederland zullen neerdalen. Helpt dat ook om het droog te houden?