maandag 29 december 2014

Woorden


Angsthazen

Journalistiek onderzoeker zo noem ik me van beroep. Maar wat is dat? Er is in ieder geval weinig behoefte aan. Journalisten doen hun eigen onderzoek of ze werken op redacties in teams. Ik ben een buitenbeentje die her-en-der een plekkie heeft. Veel ruimte valt weg door de bezuinigingen en de grote hoeveelheid werkeloze journalisten maakt de spoeling ook niet dikker.

Een buitenbeentje ben ik ook omdat ik het steeds niet kan laten een benadering te kiezen die me politieke zinnig lijkt. Dat betekent niet persé een kokervisie, maar wel het zoeken naar inhoud die de gangbare zienswijzen aan kaak stelt; die rechts en het dominante neoliberale vertoog in de wielen rijdt. Soms vergeet ik even dat ik daarbij alles tot achter de komma moet uitleggen, zo ongewoon is het geworden om kritisch te zijn op mijn terrein van wapenhandel en internationale politiek.

Op de fiets wilde ik hier over nadenken. Maar het lijf wilde dit weekend niet. Dat denken is nodig. Het wordt immers niet geaccepteerd dat journalistiek en activisme bij elkaar komen. De journalist is er voor de feiten en niets dan de feiten en hij of zij is objectief. Iedereen weet wel beter wat betreft dat laatste; alleen de onbenullen geloven in die objectiviteit. Maar net als er geen journalistiek mogelijk is zonder feiten, zo is er ook geen activisme zonder mogelijk. Geen goede actie en geen juist bericht gaat over dun ijs.

Maar de objectiviteit wordt gepreekt door angsthazen (zijn ze bang voor de beschuldiging van linkse journalistiek of een gebrek aan redactionele zelfcontrole). Gek dat ze daar bij de Telegraaf en WNL geen last van schijnen te hebben. Helaas heb ik geen energie om wat krachtvoer te strooien. Mezelf houd ik amper op de been; ik zou het anders graag doen. Beetje leven in de melkveestal van de journalistiek, geen relletjes, maar onderbouwde kritiek. Straks gaan toneelspelers en zangers voorop in plaats van journalisten.


minder woorden


Woorden reizen
verdwijnen vluchtig, maar
komen zomaar en te onpas
weer naar je toe.

Ik zei ik houd niet van ...
Je vertelt dit met luide stem
als het me wordt voorgezet
twee mensen in verlegenheid.

Uit de gesloten school klapte ik
ergens achteraf, in veilige omgeving
dacht ik, het verhaal trok verder
bereikte de directie.

Taal wordt doorgebriefd
ook nu posterijen niet meer functioneren
kan zij met of zonder opzet schaden
waar je het niet verwacht.

martin


De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie ervan. De flappen zijn gevuld met pompoen, pijnboompitten en geroosterde en gemalen komijn. De andere foto's zijn gemaakt in de centrale bibliotheek van Amsterdam.





zaterdag 20 december 2014

Liedje



Buren

De plantengieter was door iemand gebruikt voor sop. Gelukkig zag ik het nog net op tijd. Een open balkon aan de galerij heeft nadelen. De WC-afvoer hierboven is al een paar weken achter elkaar verstopt. Gelukkig werd hij de laatste keer niet midden in de macht ontstopt; rarrkr-rarrrrr-raakrrkr-raarrrrrkarrkrrr. Maar de trap is gesopt en ik word door de kinderen altijd vriendelijk gegroet, ´dag buurman.´

Deze week zag ik twee films. De ene, Simon och ekarna, met een verhaal waar ik als West-Europeaan in thuis ben: Tweede Wereldoorlog, jodenvervolging, opgroeien, conflict, seks en ambitie. Schijnbaar licht verteerbaar. Even viel die jodenvervolging op me, akelig en voelbaar dichtbij (ik wist niet wat me overkwam), maar zowel ik hier op de stoel als de hoofdpersoon in de film werd op het verkeerde been gezet. Niet alles ligt voor de hand.

Misverstanden spelen ook een rol in Silent City over het mysterie van de vis, de onverstaanbaarheid van bijna iedereen, eenzaamheid en doorzetten in Tokyo. Wat een mooi medium en wat een mooie actrice is Laurence Roothooft met die schitterende vissenogen.

De bui die vanmorgen overkwam was groter dan heel Nederland. Toch sprong ik op de fiets. Daar maalden gedachten door mijn hoofd. De zon kwam door de grijze wolken. Laat ze maar, dacht ik, we zien wel hoe het loopt. Onderweg maakte ik foto's van de doornappel die een baken is op mijn tocht door de duinen bij Castricum. De pont voer door de harde wind een andere koers.


SCHEEUW


Ik zie een vader
Hij legt zijn kind iets uit
Dat kan de school niet, zegt hij
Daar is geen geld voor

Ik zie een vader
Hij schrijft zijn kind een lied
Dat is een AK-47 of M-16, zingt hij
Amper lopen kan de jongen.

Ik zie een vader
Hij vertelt zijn kind wat 't ziet
Daar ligt een lijk, zegt hij
Gedood door bende met vrije hand

Ik zie een vader
Hij duwt zijn kind op de schommel
Kijk daar een ander, zegt hij
Schommelen we met zijn drieën

Ik zie een vader
Hij zwaait naar zijn moeder
Tot de volgende keer, zegt hij
Ze wacht in de stoel

Ik zie een moeder
Ze krijst waarom schreeuwen jullie niet
Waarom is iedereen stil en kijkt
Meewarig staart men haar aan


Martin

De documentaire Narco Cultura van Shaul Schwarz over de klote zooi in Juárez bracht me tot een aantal coupletten van dit versje.




De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie ervan.



Een mooi simpel lief en toch anti-oorlogsliedje.

maandag 15 december 2014

Naïviteit



Een jager stond in de sloot klaar om voortgedreven dieren af te knallen. Het zag er potsierlijk uit. De euro voor de pont bij Bronckhorst kon ik kort daarvoor met mijn verregende vingers niet eens zelf uit mijn linkerhand pakken. Dat deed de pontjesbaas. Had die ook nog wat te doen op die natte vrijdag dat die malle fietser van Arnhem naar Enschede reed. Zelfs voor foto's was het te nat; ik maakte er maar een. De fietspaden waren hier-en-daar beken geworden. Vijf minuten later dan afgesproken kwam ik bij mijn schoonvader aan, niet gek. En koud was het ook niet geweest.

In de trein las ik een gedegen artikel over Cuba en de verhouding tussen de Amerikaanse dollar en de Cubaanse peso sinds het wegvallen van de Sovjet steun. De kloof tussen beide munten zorgde voor een aanzienlijk verschil in rijkdom tussen mensen die over de dollar en hen die over de peso beschikten. Zo werd het volgen van hebzucht meer beloond dan zedelijk en redelijk gedrag. Het artikel beschrijft hoe de overheid dit grotendeels weer onder controle kreeg, zonder te vervallen in het toepassen van IMF-recepten. De overheidsuitgaven krompen niet, maar namen zelfs toe. De effecten voor de nationale economie en de Cubaan zijn zeker niet slechter dan in vergelijkbare Aziatische, Midden en Oost-Europese landen. Lekker positief artikel.

Op zaterdag zat ik opeens een inleiding van mijn schoonvader over de oorsprong van het Humanistisch Verbond  uit te typen op mijn idioot grote elektrische IBM-typemachine uit de jaren tachtig. In de periode dat ik overstapte op de computer gaf ik hem aan mijn inmiddels overleden schoonmoeder. Wat een andere vaardigheid is typen dan tekstverwerken. Fouten zijn permanent, want typex was niet meer in huis. Ook geen A4-papier, dus gebruikte ik vellen uit een fotoboek. De machine werkte nog geweldig en op het dikke papier zag de tekst er luxe uit. De volgende dag zou hij uit zijn hoofd een gezellig verhaal vertellen. Dat op papier was ook fantastisch maar ook preciezer. Dit was levendiger.

Jammer dat A. (Bram) Storm, de vader van een gestorven vriendin van me er zo mager af kwam. Hij werd slechts - niet bij naam - genoemd als drukker van een dienstweigerdocument uit mei 1925. Terwijl hij tot in de jaren zeventig het blad van het Verbond drukte en nog veel meer, waar op het internet weinig over te vinden is.

In de trein terug las ik de woorden van winkelier Gedali uit het gelijknamige verhaal van Isaak Babel uit de bundel De Rode ruiterij: “(…) ik wil een Internationale van goede mensen, ik wil dat elke ziel meetelt en een eerste klas rantsoen krijgt.” Gedali ziet dat alle partijen moorden in de Russische revolutie. Hij vraagt zich af wie dan de goede mensen zijn, want goede mensen moorden niet, “waar is de zoete revolutie …?” Babel's commentaar is ironisch: “Gedali, de oprichter van een onbereikbare Internationale, is naar de synagoge om te bidden.”

Neem me mijn naïviteit niet kwalijk, maar ik geef de vragende Gedali alsnog gelijk.


vrijdag 5 december 2014

Vrijwilligersklusjes



Zeiken


Eigenlijk hou ik niet van dit gemopper. Maar laatst vroeg ik me wel af: waarom protesteer ik met mijn zieke lijf en een hand vol anderen tegen een wapenbeurs, terwijl zovelen dezelfde mening delen? Normaal gesproken denk ik dat het beter is hen die er wel bij waren te prijzen dan te zeiken over de wegblijvers, die daarvoor vast meer-of-minder goede redenen hebben.

Als ik op zondag de halve dag zit te genieten van de media en de andere helft van die dag er hard tegenaan moet om de vrijwilligersklusjes die ik op mijn schouders heb genomen, weg te werken, dan vraag ik me af waarom doe je dat? Waarom neem je niet je rust?

Het komt op je weg en je zegt, ja, of denkt dat kan ik beter en neemt het over. Zo is het gekomen dat ik mijn schaarse energie opstook voor taken die geen geld opleveren, maar wel op verschillende manieren hun nut bewijzen. Werk wat mensen waarderen als het maar niets of niet teveel kost, soms op het beledigende af. Maar wat anderen doen moeten zij maar weten. Ik hecht niet zoveel aan dit leven dat ik het mijne ervoor verraad.

Ik geloof niet in een wereld die draait om de economie van geld-voor-mij.  Ik geloof in een betere wereld; in een wereld die draait om vrede op aarde en in de mensen een welbehagen (die tekst zit ook al in mijn column voor de buurtkrant, de Staatskrant, die deze week verschijnt). Geld kan daarmee samen gaan, maar doet dat vaak niet. Jammer dat ik geen recht heb op een beetje uitkering, maar dat is niet anders. Deze week wel een aardig contract gekregen.

Los daarvan. Het energietanken door te fietsen en zwemmen, lezen, muziek luisteren en schrijven, heeft toch ook zijn mooie kanten. Ik kan in december zomaar een duik in zee nemen. Ik zie de kieviten zich verzamelen op een koude decemberdag om als ploeg naar het zuiden te trekken of te beslissen toch hier te blijven. In de duinen kom ik damherten, konijnen, een vos, en collega blogger Blew tegen; we drinken een kop koffie bij de HEMA. Het is plezierig.

Op de drempel

Nu sta ik op de drempel van een feest.
De nacht is hel verlicht en bitter koud.
Nog hoor ik de klanken van muziek, gekout.

Mijn plicht gedaan, ik ben geweest

Binnen spant elk zich als een boog
en schiet met grappen en scherpzinnigheid.
Een feestje: een arena, een pikorde vol strijd. 
Allen gelijk, maar de een is laag, de ander hoog.
 


Op de grens blijf ik even staan. 
Acrobaat voel ik me, uit de piramide gevallen,
een husky die niet meer voor de qamutik* zal gaan.

Nee dat feestgedruis gaat me niet meer bevallen.
Zo denkend, me losscheurend, kijkt de nacht me aan.
Toch geen afscheid, ik raap wel de gemiste ballen.


Martin

Dit is deel 3 (9 februari 2009) van een drieluik over mijn boosheid nadat ik ziek werd en mijn werk moest stoppen. Ik kon dat maar moeilijk verkroppen. Inmiddels kijk ik er heel wat ontspannener naar. Deel 1 schreef ik op 5 februari van dat jaar.

* Inuït voor slee, spreek uit als kamoetiek
Illustratie Personen in de nacht, Jean Miro (van internet)




De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie.



Jan de Stripman was opzoek naar protestliederen en vond dit. Er is veel meer. Wiki kent zelfs een anti-oorlogspagina (List_of_anti-war_songs). Er zijn dus heel veel artiesten die de handschoen oppakken.
Jan heeft inmiddels een nieuw project de top-200.000 op Facebook en ik doe lekker mee. (https://www.facebook.com/pages/Top-200000/757085274346798)