zaterdag 28 maart 2015

De Gloeb


Liefde

De Gloeb is gekomen. Al maanden waart hij rond het huis. Soms steekt hij even zijn hoofd om een hoek. Laatst heeft hij een stuk van de taart die wij zijn meegenomen en weer uitgespuwd en teruggegeven. Er zaten geen kersenpitten in waaruit boompjes kunnen groeien. Het stuk taart is weer teruggezet en weer een deel van ons. Je ziet er zo goed als niets meer van. De Gloeb is verdwenen.

fragment uit De regen

((- Kindje, ben je al zo moe?
Heb nog even geduld, dan zal het morgen zijn
Wees toch niet verdrietig, gekkie
wie heeft nu ooit meegemaakt dat het altijd nacht bleef? -

Uit: Ahmad Shamlu; Opstandige dauw, gedichten (Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2010)


Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie ervan.


vrijdag 20 maart 2015

verdwaasd


Liefde


Het is zo'n week dat je wel weet dat je leeft, maar niet precies waar en hoe. Het leven draait om zorgen, maar wat en wanneer het verwacht wordt, ligt steeds weer in de toekomst en soms heel even in het heden.

'Een nieuwe lente en een nieuw geluid,' het zijn woorden die ik ken van een muur vlakbij Amsterdam CS in de jaren tachtig. Daarom dromen deze woorden voor mij niet van een liefde, maar van een liefdevolle sociaal maatschappelijke realiteit. 'Je mag die zinnen pas voordragen als je het gedicht helemaal kent,' zeg je. Dat gaat me niet lukken.

Voor wie het wil proberen, de eerste regels en een link naar de overige 4000 hieronder.

Mei
Herman Gorter

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht -
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.


Etc.


De foto's zijn gemaakt op 19 en 20 maart 2015. Je kan ze aanklikken voor een grotere versie ervan.


zondag 15 maart 2015

Voor


Jan Lul


De lente komt met drukte. Morgen wordt mijn oma 105 jaar, maar ze is net voor haar honderdste gestorven. Zoon en vriendin zijn wel net jarig geweest. Vrijdagavond gingen we met het hele gezin naar Micha Wertheim. “Negenennegentig procent van de mensen wordt armer en een procent wordt snel rijker. 't Lijkt mij niet dat er een geest van revolutie door de zaal gaat,” zei hij voor Jan Lul.

Overdag fietste ik tegen de wind in. Toen de wind voor de tweede helft van de tocht aan de goede kant kwam te staan, brak mijn ketting. Het was midden in het IJsselmeer op de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad. “Bij Checkpoint Charly, zo heet het daar,” vertelde een behulpzame fietser toen ik bijna bij het station was.

De fietsenmaker, Shop30, aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam vond dat hij na twintig jaar afgedankt kan worden. “Deze fiets is het niet waard gerepareerd te worden.” Ook langdurig fietsplezier kent zijn grenzen blijkbaar. Dan maar weer naar een echte fietsenmaker met smeer aan zijn handen en wielen aan het plafond, een bankstel en koffie in de werkplaats voor de buurt en kostenefficiënte reparatie.



Ik las in het boekweekgeschenkje van Dimitri Verhulst de regels “(…) in een belachelijke outfit dat zo'n wielerpak toch is.” Met die kwalificatie ben ik het helemaal eens en ik zag er vrijdag veel langskomen. Het seizoen is weer begonnen. Eentje kwam naast me rijden, toen ik met de wind mee naar Enkhuizen stepte, om te vragen of hij kon helpen, bedankt nog, maar kon niets voor me betekenen.


familie

over het zachte natte zand naar de zee
de golven ruisen al miljarden jaren
omdat ze altijd naar de kusten rollen
soms zijn de baren koud of juist warm
maar altijd vertrouwt voelt het zilte water

je zwemt er veel, of in de winter juist kort
te lang spartelen kan immers ook, dan
raak je onderkoeld en verdoofd, maar

het ruime sop sluit zich altijd om je heen,
als een paar jarenlang ingelopen schoenen


De foto's zijn gemaakt op 13-15 maart 2015. Je kan ze aanklikken voor een grotere versie ervan.


vrijdag 6 maart 2015

Gaspeldoorn/gorse


Rotzooi

Nee ik ben dit weekend op pad en heb een jarige zoon. Van bloggen zal het niet komen. Ik schrijf vooruit en plak een paar foto's van de afgelopen week.

Op mijn bureau ligt een blaadje van de scheurkalender. Het is van 19 februari met de tekst 'Wat de mens is, is hij door de zaak die hij tot de zijne maakt.' Het citaat komt van psychiater Karl Jaspers uit zijn werk Über meine Philosophie (1941). In 2007/08 hielp een psychologe mij bij het verwerken van pijn en tegenslag door ziekte en het gewicht van het werk dat niet meer wilde vlotten. Ze signaleerde dat leven, werk en visie bij mij samenvielen. Ik had dat nooit als een probleem gezien, maar ging daar door die gesprekken aan twijfelen, zoals er meer door op losse schroeven kwam te staan, dat misschien niet voor niets was vastgeroest. Die woorden van Jaspers had ik acht jaar eerder moeten kennen.

De afgelopen twee weken las ik twee uiteenlopende dichtbundels. Mijn uren zijn met schaduw gehuwd, een selectie uit Collected Poems van Sylvia Plath door Luccienne Stassaert, heb ik net uit. Dood, zerken, overgebracht worden naar de bodem van de zee, oplossen in de hemel of verdwijnen uit een spiegel wedijveren met de schoonheid van de natuur die dient als houvast aan het leven of als metafoor voor dat leven en moeizame relaties. Beklemmend en mystiek, een tikje onplezierig, en toch lees je door, omdat iemand die goed zoekt waardevol is. Bovendien een schrijfster die de gaspeldoorn (gorse) in een gedicht (the rabit catcher) stopt, waar kom je die tegen?

Ik hoorde deze week dat Connie Palmen Plath in haar in september te verschijnen roman indirect als hoofdpersoon zal gebruiken. Bij Mathijs van Nieuwkerk doet ze de dood van Plath af als een tragisch ongeluk en niet als onvermijdbaar gegeven voor wie haar werk tot zich door laat dringen. Maar aan die tafel van DWDD wordt teveel echte diepte niet gewaardeerd en is de neiging van de gasten sterk om mee te gaan in snelle kwinkslagen of scherpzinnigheid. Die mannelijke oppervlakkigheid waarvan Plath walgde.

Ben Okri kwam in An African Elegy (1992) met zeker niet platte gedichten over passie. Hartstocht voor Afrika met een eigen geschiedenis en een eigen taal. Gedrevenheid om misstanden aan de kaak te stellen, vooral die van de corrupte politici. Liefde voor liefde. En een prachtig gedicht over een tocht door een wezenloos Engels standslandschap (Demolition Street: London, 83) op een ander continent, maar in een taal waardoor het net zo goed past in de bundel.

Okri schrijft met een onstuimigheid die de kant van waanzin opgaat, maar in die drift wezenlijke zaken aankaart, meer dan de vormelijkheid om de vorm kan doen. Citeren uit de veelal pagina's lange gedichten is eigenlijk onmogelijk, maar de regels die ik zeker wil onthouden komen uit On edge of time future:

We shall spin silk from rubbish
And frame time with our resolve

geniet de scepsis

de blauwe lucht, het groene gras, en zee zijn puur
daarnaast gaat er geen dag voorbij of de krant bericht
dat voor macht en roem een politicus is gezwicht
dus niet meer letten op die bühne, ga naar de natuur

schilderijen, toneelbedijf en schrijvers van romans
zijn anders dan zij die onder het mom van politiek
hun zakkenvullen zoals de gewoonte binnen hun kliek
weg met die laaielichters, bezoek liever toneel of dans

cruciaal in de democratische ordening van het land
spelen volksvertegenwoordigers een grote rol
komen op voor belangen van klasse en van stand

wees vooral scheptisch, maar maak het niet te dol
met afschrijven van regenten gaat teveel aan de kant
het politieke spel is noodzaak en geen grap of grol



De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie ervan.