zondag 31 mei 2015

Getormenteerd



anders


“Je moet er niet vanuit gaan dat alle mensen in de wereld denken als Nederlanders. Ook mensen die hierheen komen blijven (nog lang) denken zoals ze opgegroeid zijn,” zegt een vrouw tegen me. Zelf heeft ze haar achtergrond in Zuidelijk-Afrika. Ze leerde op het ritselen van een slang te letten, want dat kan gevaar betekenen. In Nederland neemt ze die ervaring mee als ze in het bos loopt. Het is een voorbeeld uit velen die maken dat ze anders in het leven staat.

Deze week gebruikte ik een paar keer het gezegde over de kool die het sop niet waard zou zijn. Toch blijft het betreffende voorval bij me hangen. Iemand had bezwaar tegen palestijnse vlaggen bij een demonstratie tegen wapengigant Airbus. Nu ben ik zelf ook niet van de vlag. Vermoedelijk wisten de Nederlandse vlaggendragers niet eens wat Airbus Defence & Space met Israël van doen heeft, maar die vlag is een uiting van zelfbeschikking waar de de Palestijnen recht op hebben en dat ze onthouden wordt. Een recht dat buiten het op dit vlak getormenteerde Nederland en zeker buiten West-Europa en Noord-Amerika op zeer brede steun kan rekenen.

Als ik bij het strand zit te wachten op een espresso die toch nog komt, zie ik een man met vlieger voorbij zeilen en een helikopter ronken. De Airbus directie voorspelde een groei van de helikopterverkopen. Of ik daar blij mee moet zijn? Het is een ontwikkeling die niet te keren lijkt.

ROEPING

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.

Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

Door Gerard Reve, uit de bundel Een Eigen Huis,(Amsterdam: Manteau, 1979)

Ik kreeg dit gedicht deze week toegestuurd. Om even bij stil te staan; als activist in hart-en-nieren met vorden en spandoeken op straat. Dat je even weet hoe het ook zit.

Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie ervan.


zaterdag 23 mei 2015

Bruggenbouwen



dromen

Niet alle bruggebouwen is belangrijk of goed. Soms ligt er al een vaste oeververbinding en is het een middel om overvloed over te brengen. Het is maar waar je staat hoe je daarover oordeelt; in de file, op die ene brug met een blik de ruimte in of juist op die er naast. Een andere keer gaat een brug naar het nergens of naar een moeras. Een pontje zou dan ook volstaan.

Weg van de beeldspraak; als ik Vliegbasis Soesterberg opfiets hoor ik ze meteen, de leeuweriken. “Ze zijn terug,” zegt een man die van vogels houdt. Zijn vrouw weet dan weer veel van bloemen. Net als ik denkt ze dat er een rietorchis staat. Samen genieten ze van wat ze zien.

Bij Drakensteyn zie ik een rij rode damesmuiltjes. Ze zijn leeg en wandelen weg. Het blijft dus bij dromen.

indien je dit krankzinnig vindt habibi
bedenk dan kilometers verderop
zitten echte meisjes en jongens angstvallig
als daad van verzet op terrassen van starbuck
luidkeels te vrezen voor het leven

Fragment uit Ramsey Nasser, de ondermens en zijn habitat, bundel onhandig bloesemend; gedichten (Amsterdam: De Bezige Bij, 2009)

Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie ervan.


zaterdag 16 mei 2015

Gratis



Gestaag

Je overal druk over maken is zo zinloos. Ik zie al de snoepautomaten op het station en bedenk me dat ongezond leven zo gemakkelijk is. De 2 m² waarop hij staat is duur verhuurde grond.

Een vrijmarkteconomie rekent niet in gaatjes en dikke buiken (een socialistische overigens ook niet vanzelf), maar in virtueel geld. Ik haal mijn fiets weer op die zonder te soebatten binnen de garantie een nieuwe trapas kreeg. Dat kan ook.

Daarna trap ik de bewoonde wereld uit, de natuur in, waar gezond rendementsdenken en samenwerken hand-in-hand gaan. Waar zelfs de relatie tussen maan, water en steen tot iets moois leidt.

Nog even dreig ik te zeuren. Waar is Simon Gutker gebleven? Hij is weg bovenop de ook al verdwenen Hondsbossche Zeedijk bij Camperduin. In een krant lees ik dat hij omver is gereden. Komt hij nog terug? Geen idee. Wel ligt de eerste helft van een nieuw fietspad er al. Mooi.

Trouble With Classicists


The trouble with a classicist he looks at a tree
That's all he sees, he paints a tree
The trouble with a classicist he looks at the sky
He doesn't ask why, he just paints a sky

The trouble with an impressionist, he looks at a log
And he doesn't know who he is, standing, staring, at this log
And surrealist memories are too amorphous and proud
While those downtown macho painters are just alcoholic
The trouble with impressionist is
The trouble with impressionist is

The trouble with personalities, they're too wrapped up in style
It's too personal, they're in love with their own guile
They're like illegal aliens trying to make a buck
They're driving gypsy cabs but they're thinking like a truck
The trouble with personalities is
The trouble with personalities is

I like the druggy downtown kids who spray paint walls and trains
I like their lack of training, their primitive technique
I think sometimes it hurts you when you stay too long in school
I think sometimes it hurts you when you're afraid to be called a fool
The trouble with classicists is
The trouble with classicists is

Words and music: Lou Reed & John Cale, uit Songs for Drella (bij het overlijden van Andy Warhol).


Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie ervan.

zaterdag 9 mei 2015

IJscoman



Tevreden

“Ach ik ben tevreden met mezelf,” zegt de ijscoman bij de Reeuwwijkse Plassen. “Dan komt het vanzelf goed.” Het zijn woorden die passen bij zijn nering; ijsjes die het leven luister bij moeten zetten.

De mens is teveel gericht op introspectie. Het naar buiten kijken is zeker zo belangrijk voor een gelukkig leven, schrijft Roman Krznaric in zijn boek Empathie. De mens is ook de wereld om hem heen en niet alleen de individu die er steeds meer van is gemaakt. Die betrokkenheid kan ook het persoonlijke ongeluk relativeren en daarmee verminderen. Ik weet nog steeds niet zo goed waar ik het boek moet plaatsen.

Dat meer empathie de wereld ten goede kan komen daarmee ben ik het helemaal eens. Maar meeleven met de een kan soms de last van de ander zijn. Krznaric zet zich af tegen ideologieën en politieke partijen, maar uiteindelijk moeten ideeën, meeleven en bedenkingen vormgegeven worden en omgezet in beleid, regels en wetten. Daarvoor is soms ook een schijnbaar zakelijke analyse nodig van het hoe, waarom en wat.

“Met die tevredenheid ben ik niet rijkelijk bedeeld,” bedenk ik me als ik de ijscoverkoper voorbij rijd. (Overigens een ander dan op de foto.) Meeleven met de wereld kan me niet tevreden maken. Maar laat me een klein beetje tevreden zijn met wat ik eraan doe in plaats van de onvrede met de wereld tot mijn ontevredenheid te maken.

Mieren III

In een door mieren bezocht huis
schrijf ik,
veeg weg wat me stoort.

Een ijle lijn mijnwerkers
op de kam van het laken.
Stippelrij snijdt
een hoek van dit zelfde papier.
Omslaan van de deken
is geen nonchalance meer
maar moord.

Afkoelingsperiode
één tot honderd. Waarom toch
kan ik mijn gelede veelvoeters
niet laten scharrelen
over deken en vel,
een beetje terughoudendheid
van beide kanten.

Vergeet het. Gewiekste
colonne rukt op
richting schaamhaar. ‘Verdomme
ik roei jullie uit’. Maar

bewust gaat het moeilijker
want zeg nou zelf.
wie wil er nu
met Hitler in de tobbe?

Met blazen probeer ik
mijn rijk te bewaren.

Titelgedicht uit Frank Diamand, Gedichten, Wie wil er nu met Hitler in de tobbe? Amphora Books, Amsterdam, 2015. (Heruitgave)



Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie ervan.

zaterdag 2 mei 2015

Aanklacht



hypocriet

Wat mot ik nou? Mijn fiets staat bij de fietsenmaker in Santpoort Noord. Tja daar rijd ik toch iedere woensdag langs en mijn ketting (die steeds weer brak) werd er snel en degelijk vervangen. Ja het wordt de bus en de trein. Zo is het zelfs minder lopen dan naar de dichtstbijzijnde Amsterdamse rijwielreparateur. Maar ik bedoel eigenlijk, hoe moet het met mijn wekelijkse stukje. Wanneer moet ik schrijven? Eerst dus die fiets met nieuwe trapas halen, fietsen tot ik scheel zie en dan naar een feestje. Vanmiddag haalde ik al een kado. Dan schrijf ik op donderdagmiddag ook mijn stukje maar en plaats het de zaterdag erna.

Een week geleden leende ik Reis naar het einde van de nacht van Celine. Ik kende het boek als volgt. “Het is geweldig geschreven, maar Celine is wel een antisemiet.” Ik heb in het hele boek een sneer naar de zwarte/joodse jazz gelezen en verder helemaal niets. Dus laat je niks wijsmaken. Het is een aanklacht tegen die andere grote rampen van de vorige eeuw. Geen sprake van antisemitisme. Dat komt in een latere publicatie.

Het boek start als een trein tegen de waanzin van de Eerste Wereldoorlog en het decadente gedrag van kolonialen. Het pakt het Fordisme aan en prijst het hoerengilde de lucht in. En dan zijn we weer terug in Frankrijk en vermodderen we in de ellende van een volkswijk met een uitzichtloos leven. Het is alsof je al decennia op reis bent naar het einde als je het jaartal 1924 leest.

Dan wikkelt boek zich af naar het einde waar het leven door de altijd vervelend aanwezige León Robinson is losgelaten nog voordat hij zijn ogen sluit. Hij doet dit na twee kogeltreffers in de maag. Ze werden afschoten door zijn ideale vriendin. Een vriendin die hij vanwege haar liefde voor hem niet meer moet.

Is het boek zwart? Nee. Regelmatig kom je voorbeelden tegen van medeleven die je in het echt ook wel wat vaker zou willen zien. De sergeant die zit te verrotten in een uithoek aan de Afrikaanse westkust, zes in plaats van drie jaar, doet dat omdat hij zo geld kan verdienen voor zijn nichtje met kinderverlamming. Niet alles is losgelaten. Lezen dat boek!

O ja dit stukje schrijf ik dus donderdag als ik zit te wachten tot ik kan eten. Het staat keurig op tijd klaar, maar als een echte huisman moet ik wachten, wachten, wachten op huisgenoten.  Dat fietsen? Dat deed ik en onderweg maakte ik afschuwelijk veel foto's. Nog een heel werk om die uit te zoeken. Ze staan op Flickr. En dan nu met het rijwiel weer onderweg naar het volgende feestje. Een stuk verderweg; het einde van Nederland.

Smeerlap

Overal hing een baklucht.
Vullen deed men de etalages niet
zodat er niet gestolen werd.

Het leek wel de buurt 

waar ik vandaan kwam;
de trottoirs vol 

van kindertjes met X-benen,
opgezwollen knieën,
en draaiorgels.
Bang maakte de ellende.

Ik keerde me om,
terug naar veilige haven,
naar de nette straten.

Smeerlap!
Je deugt niet!

Daar komt de zelfkennis:
hypocriet!
Reken dan ook af met 

je schijnheilig gejank.

Vrij naar passage in hoofdstuk XVII
Reis nar het einde van de nacht, Celine.


Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie ervan.