vrijdag 22 juli 2016

Eén: Op herhaling, Amsterdam – Duinkerken, 22 juli 2016

Al eerder dit jaar verrtrok ik naar Dover. De trein die ik nu neem vertrekt een halfuur vroeger. Dat mag in vakantietijd ook met korting. Ik lees de krant. Hoewel krant, een uurtje internet bezorgt me meer informatie, maar wel minder gezondheidsinformatie over alcohol en over suiker in de cruesli en wat muesli tot muesli maakt.

Op de roltrap van Sloterdijk ga ik onderuit. De eerste butsen en schrammen zitten er al weer op. Volgende keer de lift maar zoeken. Anderhalf uur later rijd ik weer door het land van mijn jeugd.
Er staan nu fakkellelies (Engels: red hot poker torch lilies vertelt een aardige verkoopster een aantal dagen later), waar toen aardappels en suikerbieten stonden. Gedachten aan vakanties dertig jaar geleden kwamen als vanzelf boven. In dat jaar ging ik met school naar Moskou, Kalinin en Sint-Petersburg (toen nog Leningrad) en later in het jaar op eigen houtje naar Marokko, Senegal, Mauritanië en Gambia. Ik woonde al in Amsterdam. Nu wordt het minder avontuurlijk East Sussex. Hoewel je weet maar nooit.

Mark Haddon schrijft een verhaal over Shoreham pier in West Sussex die in 1970 instortte. “No one wants to believe that time and weather can be this dangerous (…),” schrijft hij.
Fictie, tenminste ik kan er niets over vinden. Het verhaal zit vol verwrongen staal, versplinterde ramen, drijvende lijken en veel meer misère. Dat mag wat minder.

Op de camping in Duinkerken staan zuipende mannen bij de barbecues en houtovens met alle verschijnselen van dronkenschap. Ben bang dat zij de Mijnheer onder de Nederlandse kranten toch niet lezen en evenmin de Franse variant daarvan. Of ze ook tot een uur of twee de knetterharde dance speelden, weet ik niet. In de ochtend hoor ik luid snurken uit tenten komen. Feesten zit ons mensen blijkbaar in het bloed met of zonder drank.

Voor een vervolg:
(Eén: Op herhaling, Amsterdam – Duinkerken, 22 juli 2016)
Twee: Fire Hose, Duinkerken – Rye, 23 juli 2016
Drie: Camber Dunes, Rye, 24 juli 2016
Vier: Project Pain, Rye, 25 juli 2016
Vijf: Onbehoorlijk, Rye, 26 juli 2016
Zes: Hastings, Rye, 27 juli 2016
Zeven: The river flows, Rye, 28 juli 2016
Acht: Genot, Rye, 29 juli 2016
Negen: Machtsvertoon, Rye – Nieuwpoort, 30 juli 2016
Tien: Slim, Nieuwpoort – Vlissingen –(trein)– Amsterdam, 31 juli 2016

zaterdag 16 juli 2016

Lange tocht ...



... door dun leven

Het was een lange tocht. De teller kwam op 293 km (niet alle route aanpasssingen vanwege de wind gingen even goed). Soms is het fijn om te weten dat je in ieder geval nog kunt fietsen; daar twijfel ik gek genoeg geregeld aan. Het weer zat niet tegen. De wind was krachtig. Tussen Purmerend en Oosthuizen fiets ik achter een groep van vijf vrouwelijke wielrenners. Het gaat lekker vlot met 'wind op de kant.' Bijna of we twee waaiers van drie maakten. De luchten waren magnifiek. De zadelpijn net te harden. De gedachten minder geordend dan gehoopt.

Wat ik eerder al vergat op te schrijven is een flard tekst uit een opinie artikel in de Volkskrant op de dag dat ik terugkwam na mijn lange fietstocht in juni: Het is onacceptabel dat Frankrijk, als groot euroland, uit de toptwintig van concurrerende landen is gevallen,” schrijft Adriaan Schout coördinator Europa bij Instituut Clingendael daar. De reden dat deze woorden zich vasthaakten in mijn hoofd is dat ze een mogelijke verklaring gaven voor mijn plezier op het Franse platteland vol rust. De Franse landbouw is grootschalige, maar nog geen agribusiness met bijbehorende trucks met opleggers die over alle kleine landwegen dreunen en trekkers die zwaar genoeg zijn om de prairie om te ploegen, zoals in Nederland. Slowfood, regionale producten, liefde voor het land, het past er allemaal bij. Misschien niet goed voor de Franse economie, en je ziet bewoonde huizen die niet veel veranderd zijn de afgelopen eeuwen, maar of de hectiek van de doordravende economie bij ons goed is voor alle mensen kan ook betwijfeld worden.

Deze week las ik een bundel van de linkse uitgeverij Verso over de Brexit en de slogan ‘Let’s Take Back Control.’ Het is een goed idee van de uitgeverij de veertien korte artikelen te verzamelen voor een gratis te downloaden epub. In een groot deel van de stukken wordt het oplaaiende – geworteld in zowel koloniale geschiedenis als het zwartepieten van de afgelopen decennia – racisme als gevolg van de uitslag beschreven. De cijfers van de uitslag worden uitgebreid geduid. Dat boeren die leven van EU subsidie toch massaal voor Brexit stemden wordt uitgelegd als een gevolg van het verdwijnen van trots dat je het in het huidige systeem niet meer zonder hulp kan en als er geen perspectief meer is dan maakt het toch niet uit wat je stemt. Opvallend is dat het gros van de schrijvers geen heil ziet in Brexit. Een van de schrijvers, een Fransman laat het in het midden, drie schrijvers spreken zich uit onverdeeld uit tegen de EU en zien Brexit als een goede ontwikkeling. Twee daarvan zijn Grieks. Logisch want voor Zuid-Europa is de EU een strop om de nek en zeker geen steun in de rug. De Open letter to the British Left by a Greek leftist (Stathis Kouvelakis) slaat deuken in het vertrouwen dat het ooit goed kan komen met de EU. Heel breed qua invalshoeken is de verzameling niet.

De visie op economie komt er bekaaid af en blijft veelal steken in algemeenheden, op een stuk na. Wat mij vooral opviel is dat de NAVO maar een keer wordt genoemd in de meer dan veertig pagina's. Het lijkt me een noodzakelijk onderwerp voor een zoektocht naar waar het Verenigd Koninkrijk in Europa geworteld blijft. De NAVO zal daarbij de centrale organisatie zijn en het lijkt ook op dat vlak eerder een verslechtering dan verbetering. Het steekt me te meer aangezien de New Left Review, waarvan de redactieleden Verso in 1970 oprichtten, dit voorjaar uitpakte met een redactioneel dat de Westerse hegemonie door het Westen zag afkalven door een Brexit. Tevens werd in dat stuk instabiliteit als mogelijkheid gezien in plaats van gevaar (bij afwezigheid van een linkse en progressieve beweging tegen rechts (extremisten)). Linkse strijd kan niet zonder gevoel voor avontuur, maar je kan het ook overdrijven. Je mag daar als uitgeverij best op terugkomen.

Ach ik reed de malheur van de afgelopen 10 dagen van me af en dacht over de lijn van mijn werk. Hoe van kennis een product te maken. Ja je moet mee. Hoe verder? Wat te doen (met weinig energie en een grote drive), twee stappen voorwaarts en een terug of andersom? Het leven is zo dun, schreef ik voor vertrek.


Leven is zo dun
als de weerschijn
op het natte strand
tussen eb en vloed
door golven overspoeld

Krachten zo gering
evenwicht verdwijnt
door rammelende put
vergeten medicijnen
boekhouding voor
belastingdienst
schermafleiding
blerrende kat
verkeerde bus
de afwas

Dat ik denk
het niet meer
te kunnen

Effectief drukte maken
verdroogt of verdwijnt
onder razende
onbeheerste golven
er is spiegeling
van wat was


De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie ervan.




maandag 11 juli 2016

Virtuele ramen



Het wordt steeds meer mooier in de fietstunneltjes van de Transformatorweg onder het spoor tussen Brediusbad en Barbara. Nu wordt ook de zuidkant al beschilderd. Het ontwerp wordt tijdens het werk nog aangepast. Er zijn wat wensen en die worden verwerkt. Je kijkt onder de grond door virtuele ramen naar buiten. Er komen nog vijf vensters op de omgeving. Ik vind het mooi.

vrijdag 8 juli 2016

Leeuw van de Zeeheldenbuurt



Arabische lente

De kat blèrt me om 6.45 uur wakker. Dat is een tijdstip dat normaliter (als de school niet in pre-vakantiemodus staat) het leven in huis begint. Ik wil nog wat langer slapen, maar de Leeuw van de Zeeheldenbuurt begint om 7.00 uur weer. Ik weet dat hij niet zal ophouden en sta op.

Al de hele week luister ik naar tienermuziek. Skunk Anansie met Weak (as I am) en vandaag Alessia Cara een R&B zangeres van 18 jaar die problemen voor leeftijdsgenoten op rijm zet. Ze probeert een positieve bijdrage te zingen. In de krant lees ik over twee doodgeschoten zwarte mannen in de VS. Het geüniformeerde gewapende rascisme neemt daar epidemische vormen aan. Na een liedje of 5 heb ik Cara wel gehoord. Ze zingt mooi, maar het is niet helemaal mijn smaak. Dat telt niet voor Skunk daar kan ik naar blijven luisteren. Hoewel.

Fiets halen. Het openbaarvervoer rond huis is een tijdje geleden aangepast. Het is beter als ik niet meer via Sloterdijk reis merkte ik vandaag, maar via het C.S. ga. Ben dan wel langer onderweg, maar voor anderen is het een verbetering. Ik ga niet klagen, maar het was wel teveel lopen. De dag begint en eindigt met teveel pijn in de pootjes. “Dat hoort erbij,” zei ik deze week al eens. Halverwege de dag schiet een gematigd 'vuile vieze tering tyfus pijn,' door mijn hoofd. Even vind ik het niet leuk meer. Mijn natte kleren drogen op in de tegenwind. Als de zon zelfs gaat schijnen is het weer plezierig.

Ik maak me weer druk over de kleine dingen en hoor overal woorden die me aanspreken: de sympathieke leraar die de rapportvergadering van de dag ervoor zo vervelend vond, omdat falende leerlingen van school moeten en daar vaak zelf niet zo heel veel aan kunnen doen; de man bij dat grappige koffietentje in de duinen bij Wassenaarse Slag die van Den Helder naar Middelburg fietst – voor mij een bekende route – en dat door zijn mobiel vertelt; de Marinier die een visje koopt bij Kees Harteveld in Katwijk, waar hij net zijn boeltje en dat van de marine klaar zette voor het International Search and Rescue Event van zaterdag (hopelijk lazen potentiële rekruten afgelopen week de krant); in het voorbijrijden hoor ik ergens een jonge vrouw tegen haar vriendin zeggen “en toen kwam de Arabische lente.” Het was zo'n dag van kleine dingen, maar soms worden die groot.

marketing


Bonkig: het bintje, de bint
vastkokend, goed voor patat
weinig flair

Kwetsbare schil, zacht
opperdoezer ronde
met hand gerooid

Kiezen op klank
't wordt de 2e
genoemd naar
Agri-business dorp

Op stijl het Bintje
naam jonge leerlinge
geboren in Suameer
ruim een eeuw geleden


De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie ervan.




vrijdag 1 juli 2016

De Houten Paardjes

Het gezin Broek zat tijdens een vakantie boven het restaurant van de speeltuin in Rockanje. Van mijn moeder weet ik dat de kippensoepgeuren al vroeg door de vloer omhoog kwamen. Ik ruik het nog wel eens op de trap waar ik nu woon. De Ghanese buren op de eerste verdieping laten de kip graag  trekken, vooral bij feesten. Zelf ben ik het vergeten. Hoe oud ik was weet ik niet meer precies. Het moet een jaar of vier á vijf zijn geweest.

We gingen twee jaar na elkaar. Het tweede jaar hoorden we er meer bij en mocht ik ook achter de openbaar toegankelijke ruimtes kijken. In een houten gebouwtje stonden konijnen in hokken. Er liep ook een Sint-bernardshond. Daar mocht ik op zitten alsof het een paardje was. Of ik dit herinner uit het echt of van foto's? Het lijkt alsof die houten optrekjes er nog staan. Maar of die een halve eeuw konden trotseren. Ik betwijfel het.

Wat ik nog wel weet dat ik op regenachtige dagen in de volière zat te kijken. De vogels had ik al snel gezien, maar op de grond liepen muizen de gevallen zaden op te eten. Die indringers, die er eigenlijk niet hoorden, vond ik veel interessanter dan de zangers op hun stokjes. Ook in ons huisje liepen muizen rond. Het afwijkende is me altijd meer blijven interesseren dan het gangbare.

De Houten Paardjes was vooral vermaard vanwege de grote speeltuin die er was. Als ik er in mei van dit jaar ga kijken komt er iemand naar buiten uit het restaurant dat er nog steeds – en nauwelijks veranderd – is. “Wilt u de draaimolen zien waarnaar de speeltuin genoemd is?” Nee eigenlijk, want daar had ik niets mee. De hoge glijbaan, waar je op 'n kokosmat af kon suizen die vond ik veel indrukwekkender. En die is afgebroken. De plek waar toen de speeltuin was, wordt nu volledig ingenomen door een enorme volière. Die is er dus nog wel. Of er ook muizen lopen? Ik heb er geen een gezien.

Dichtbij was het quackjeswater, een plas in het bos. In de avond liepen we er naar toe. Op het pad zaten allemaal kleine kikkertjes. In de sloot achter ons huis hoorde ik ze kwaken. Nu zag ik ze in het echt. De liefde voor de waterwereld en de amfibieën is altijd gebleven.

Wat ik me vooral herinner is dat ik in die speeltuin mijn eerste geld verdiende en uitgaf. Met een zeef haalde ik verloren geld uit het zand van de speeltuin. Een groep oudere jongens uitgerust met reusachtige zeef en grote scheppen werd weggejaagd en ik mocht blijven met mijn kleine rode ronde zeef. Zo kon ik mijn ouders en zus trakteren op een ijsje. Ik zie zowel de plek waar ik zeefde, bij een kleine kiosk waar ik naast 'werkte' in de speeltuin, als het tafeltje op het teras waar we dat ijsje aten nog voor me. Niet investeren, maar delen. Ook dat is altijd zo gebleven.

P.S. Dit weekend ben ik weg. Je hoeft je wat mij betreft niet te vervelen: er is ook nog een overzicht van mijn fietstocht in 14 delen, waar ik met plezier op heb gezwoegd, maar dat nog niet veel bekeken is.